Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Concentrische.

Concentrische

Voorbeeldzinnen (20)

De concentrische zonetheorie of het concentrische zonemodel, ook bekend als het model van Burgess of het CCD-model, is een van de voornaamste theoretische modellen ter verklaring van urbane sociale structuren.

Concentrische zonetheorie Burgess deelde het Chicago van de jaren 20 op in 5 concentrische zones en zet zo de theorie van E. Park kracht bij.

Bovendien moesten ze duidelijk een insigne dragen: mannen twee gele concentrische cirkels en een gestreepte sluier voor vrouwen, die nooit zijde of juwelen mochten dragen, behalve op Sabbat.

De concentrische cirkels van de grachtengordel werken daarbij, zoals beoogd, op een schokkende manier verhelderend.

Bij zulke grote concerten horen er meerdere zones te zijn met concentrische afscheidingen, zodat druk van achteren niet helemaal voorin gevoeld kan worden.

Aangezien de stroom zich vanaf de blikseminslag in alle richtingen door de aarde verspreidt ontstaan concentrische ringen van gelijke potentiaal.

Als men zich in het midden van deze concentrische cirkels bevindt ziet het heelal er naar alle kanten toe hetzelfde uit.

Beide kleppen bevatten radiaire, straalsgewijs gerangschikte richels en dunne concentrische groeistrepen.

De conidia worden in het centrum en in concentrische cirkels gevormd.

De grootste is ongeveer 30m in doorsnede en bestaat uit twee onderling verbonden concentrische muren.

De omvang van de lijnen betekent dat concentrische zonering wordt gebruikt.

De oppervlaktestructuur bestaat uit fijne concentrische groeilijnen en een microscopische korreltjesstructuur, die op het hoekige achterveld het duidelijkst is.

De overige stoelen staan in concentrische cirkels buiten de vissenkom.

De radiaire ribben zijn centraal op de klep het sterkst vertegenwoordigd en doorkruisen onduidelijke concentrische richels.

De schelp is wit tot geelachtig van kleur en iets glanzend, met concentrische lijnen.

De specifieke vorm van de site, met heuvels, zes concentrische half-elliptische heuvelruggen en paalcirkels in het centrale plein, is uniek in de wereld.

Deze tweekleppige had een dunne schelp, waarvan de kleppen bedekt waren met concentrische ribbels, doorgaans het duidelijkst in de middenbaan, met een lange en afgeronde achterrand en een dicht bij de voorrand liggende wervel.

Deze tweekleppige had een hoekige, langgerekte vorm met concentrische groeistrepen en een lange, rechte slotrand.

Deze tweekleppige mantelschelpen hadden een bijna ronde schelp met concentrische golflijnen, een kort slot en vage oortjes.

Deze werden geflankeerd door lange, naar de zijkant uitlopende, kleinere kronen op vrijwel concentrische rijen kleine, ovale en soms eivormige tanden.