Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Convent.

Convent betekenis

vergadering, samenkomst van kloosterlingen | kloostergemeenschap, kloostergemeente | vergadering van vrijmetselaars

Voorbeeldzinnen (20)

Begijnhuizen en begardenconventen Olde Convent te Groningen In de stad Groningen hadden de Franciscanessen een klooster (het Olde Convent ), ook wel Geestelijke Maagden of Sint-Agnesklooster genoemd, dat voor het eerst in 1386 wordt vermeld.

Ook Alexandre Convent, tradingdirecteur van goud- en wisselkantoor Gold & Forex International, is het niet ontgaan dat er sinds kort jongeren voor zijn neus staan aan de Brusselse Zuidstraat.

Ook Christians zwager Christophe Convent komt de directie versterken.

Volgens Dijkstra draagt investeerder Convent Capital bij om de dienstverlening te versterken en te verbreden.

Achteraan staat het Convent uit 1595, de opleidingsschool voor novicen.

Carlier, J.H. (1940) Het Lieve-Vrouwe Gasthuis en het voormalige Maria Magdalena Convent in: Tweede Verzameling Bijdragen, uitg.

Daar volgde ze les aan de Notre Dame Convent School en het College of Mount Saint Vincent.

De Baselaarstraat heeft zijn naam te danken aan dit convent.

De naam verwijst naar het convent van de congregatie van de Zusters van de Presentatie van Maria, kortweg Présentinen geheten.

Deze gemeenten zijn verenigd in het Convent van Gemeentelijke Archeologen (CGA).

Deze kerk staat aan het Plaza van Cajamarca en maakt deel uit van het Sint Franciscus-convent, die geheel uit vulkanisch gesteente bestaat.

Dezen bouwden op het terrein eerst een convent en later de kerk, waarvan zij ook de bediening op zich namen.

Dit beeld deed het sloepje van de piraten zinken en het beeld dreef miraculeus terug naar het convent.

Een aantal monniken verhuisde nog naar binnen de stadsmuren aan de Mariaplaats, maar het convent kwam wegens een verbod op nieuwe aanwas gaandeweg tot een eind.

Er zijn zeven weerbaarheden die traditioneel tot een corps behoren, en die zich verenigd hebben in het Studenten Weerbaarheden Convent (SWC).

Het achterliggende pand aan de Papenstraat 11-13 is omstreeks 1460 gebouwd als gastenverblijf en ziekenzaal van het convent.

Het convent beheerde niet alleen enkele gasthuizen, maar was ook verantwoordelijk voor de voedseluitdeling voor de stille armen in de stad.

Het convent kocht in 1429 het houten fraterhuis dat direct ten noorden gelegen was op.

Het convent omvatte niet alleen het gasthuis maar ook een organisatie die meerdere gasthuizen in beheer had en die brood en boter uitdeelde onder de armen bij de Martinikerk.

Het convent was inmiddels een goed uitgeruste Sint-Salvatorabdij geworden.