Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Damiate.

Damiate

Voorbeeldzinnen (20)

Na de verovering van Damiate werd geprobeerd Damiate te ruilen voor Jeruzalem, maar de onderhandelingen mislukten.

De Egyptische sultan As-Salih Ayyub bood aan Lodewijk, Jeruzalem in ruil voor Damiate.

Het achtergebleven leger moest het pas veroverde Damiate opgeven in ruil voor een vrije aftocht.

Pelagius was door paus Honorius III naar Damiate gestuurd om daar de leiding over te nemen van de legers.

Volgens de legende had de keizer de Haarlemmers namelijk een zilveren zwaard en een schild met vier sterren geschonken als beloning voor hun aandeel bij de inname van Damiate, en de patriarch van Jeruzalem zou er het kruis eraan toe gevoegd hebben.

Die EO wil niet eens begrijpen, dat Damiate toen nog begin dertiende eeuw een christelijke bevolking had, die onderworpen was door de islam.

Op deze Vijfde kruistocht, die via Palestina naar Egypte voerde, leverden zij een bijdrage aan de belegering van de stad Damiate die in 1219 werd ingenomen.

Na omzwervingen langs Spanje en Portugal en streken aan de Middellandse Zee kwam de vloot in 1218 in Damiate aan.

Romein memoreert hoe hij met medestudenten in de klas een reconstructie moest maken van de belegeringstoren voor Damiate, uit de vijfde kruistocht, waarvan een beschrijving was overgeleverd.

Of: als het een tijdklok was, zou het land terug zijn in 1218, het jaar dat de kruisvaarders de belegering van Damiate in Egypte begonnen.

Foto's Damiate Band Taptade 7 oktober 2006We kunnen beginnen met opbouwen!

Jaap van Moolenbroek, Nederlandse kruisvaarders naar Damiate aan de Nijl.

In het voorjaar van 1221 was Frederik nog steeds niet gereed (hij had waarschijnlijk weinig zin om zich te onderwerpen aan Pelagius) en stuurde in zijn plaats hertog Lodewijk I van Beieren met 500 ridders naar Damiate.

Besloten werd om de Noord-Egyptische stad Damiate te veroveren.

Bestand:Friezen vallen de toren van Damiate aan.

Het Damiate-verhaal en de 'wapenvermeerdering' worden echter tegengesproken door het ooggetuigenverslag van Olivier van Keulen, waarin niets te vinden is over het heldhaftige optreden van de Haarlemmers.

Tijdens de Zevende Kruistocht (1248-1254) werd wederom Damiate in Egypte veroverd.

Volgens deze verslagen was hij een ridder uit de dertiende eeuw die bij het beleg van de Egyptische havenstad Damiate de vijandelijke vaandeldragen in 1217 of 1219 neersloeg met een dorsvlegel.

De keizer had de Haarlemmers namelijk een zilveren zwaard en een schild met vier sterren geschonken als beloning voor hun aandeel bij de inname van Damiate, en de patriarch van Jeruzalem voegde het kruis eraan toe.

Friezen vallen tijdens de Vijfde Kruistocht de toren van Damiate aan.