Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Damnatio.

Damnatio

Damnatio | Damnation

Voorbeeldzinnen (15)

De 'damnatio memoriae', de vervloeking van de nagedachtenis, is het onteren van een dode door het wegnemen van de herinnering aan die persoon uit de collectieve herinnering.

Een ander voorbeeld uit de Oudheid is de Damnatio memoriae van Geta door zijn broer Caracalla.

Juichend ontving de opgeluchte senaat het overlijdensbericht en sprak een damnatio memoriae (vervloeking der nagedachtenis) uit.

Na Caligula's dood werd een damnatio memoriae over hem uitgesproken.

Over haar naam werd de damnatio memoriae uitgesproken, waaraan haar zoons gehoor gaven.

Over Silva's verdere leven is in de historische bronnen niets meer overgeleverd, maar hierboven werd reeds duidelijk dat een damnatio memoriae over hem is uitgesproken.

Zijn regering wordt gezien als een terugkeer naar de vroegere waarden: Horemheb verketterde de god Aton en paste een damnatio memoriae toe op Achnaton, Toetanchamon en Ay.

Damnatio Memoriae Na de dood van Septimius Severus in 211 werden de beide zonen gezamenlijk keizer.

De Senaat benoemt hem tot Pater Patriae ("Vader des Vaderlands") en spreekt na het overlijden van Commodus een damnatio memoriae (vervloeking van de nagedachtenis) uit.

Deze inscriptie maakt duidelijk dat Silva wel degelijk het slachtoffer is geworden van een damnatio memoriae en ondersteunt de opvatting dat de eerder gevonden inscripties oorspronkelijk eveneens de naam van Silva bevatten.

Er werd een damnatio memoriae over hem uitgesproken, maar deze werd op 1 januari 70 onder Vespasianus door de senaat ongedaan gemaakt.

Er werd na zijn dood een damnatio memoriae over hem uitgesproken en zijn eer werd nooit hersteld.

In zijn opvolging was hij waarschijnlijk tegengewerkt door Horemheb die hem na vier jaar zou opvolgen en een damnatio memoriae over hem uitsprak.

Na de dood en damnatio memoriae van Domitianus werd diens naam niet meer vermeld, maar de toevoeging Pia Fidelis bleef.

Zijn terughoudendheid veranderde echter toen nog tijdens het leven van Theodosius de damnatio memoriae van Nicomachus Flavianus werd ingetrokken.