Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Damokles.

Damokles

Voorbeeldzinnen (20)

Damokles mag daarop voor één keer Dionysios’ positie innemen.

Als het zwaard van Damokles zal het coronapaspoort boven ons hoofd hangen, en zullen de lafbekken en Den Haag elk excuus aangrijpen om die paardenhaar door te knippen.

Het gros van de Damokles-interpretatie richt zich op de vraag of Dorbeck slechts een zinsbegoocheling van Osewoudt is geweest of werkelijk bestaan heeft, dat wil zeggen als romanpersonage.

H.M. Smulders: De literaire misleiding in De donkere kamer van Damokles.

In de loop van de jaren ging Hermans-magazine in op de achtergronden van bijna alle grote romans van Hermans: De tranen der acacia’s, De donkere kamer van Damokles, Nooit meer slapen, Herinneringen van een engelbewaarder, Onder professoren en Au pair.

Er zijn klassiekers vóór ‘De Aanslag’ geweest: W.F. Hermans schreef ‘De tranen der acacia’s’ (1949) en natuurlijk ‘De donkere kamer van Damokles’ (1958).

Fons Rademakers' verfilming van W.F. Hermans' roman De donkere kamer van Damokles wordt gehinderd door de nog maar matig ontwikkelde filmcultuur begin jaren zestig in Nederland.

Dat magische moment voor die wederdienst, dat hij moet ‘voelen’, hangt als een zwaard van Damokles boven zijn hoofd, al kun je het ook positiever duiden als zijn niet te sturen zoektocht naar een verinnerlijkte Graal.

De voorgenomen bezuinigingen op het onderwijs hingen dinsdag als een "zwaard van Damokles" boven het debat over de begroting.

Ben van Duin/De donkere kamer van Damokles Wekelijks De Groene in je mailbox?

Daarom wordt detective Ose woudt, in de naoorlogse chaos op zoek naar zijn evenbeeld of tegenbeeld Dorbeck, aan het eind van De donkere kamer van Damokles (1958) doorzeefd met ko gels.

De zin ' ''Ben je daar eindelijk, ik zat op je te wachten'', riep Roy' deed mij denken aan een Nederlandse roman met een vergelijkbare verhouding tussen twee mannen in oorlogstijd: De donkere kamer van Damokles.

Het is duidelijk: deze actie rondom W.F. Hermans’ roman De donkere kamer van Damokles (1958) wil ons aan het denken zetten over goed en kwaad.

Ook dit gebouw komt in 'De donkere kamer van Damokles' voor.

Die principiële onkenbaarheid, waarmee Hermans in De donkere kamer van Damokles zo'n intrigerend spel speelde, verdween echter als sneeuw voor de zon zodra Hermans Weinreb in het vizier kreeg.

De donkere kamer van Damokles steekt bijzonder knap in elkaar.

Deze korte zin vat in al zijn bondigheid exact samen wat één van de stellingen is die het boek behelst: het is voor de mens die lager geplaatst is (Damokles/Osewoudt) verboden iemand in te halen die hoger geplaatst is (Dionysius/Dorbeck).

Dit geldt echter niet voor De donkere kamer van Damokles.

En hij vervolgt onmiddellijk met: ‘Dit nu is het voornaamste punt waar het mij bij het schrijven van De donker Kamer van Damokles om begonnen was’.

Smulders geeft in De literaire misleiding in ‘De donkere kamer van Damokles’ een reeks citaten, waarin dat duidelijk naar voren komt.