Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dekens.
Voorbeeldzinnen (20)
Hij is mogelijk ook identiek met de Jan Jansen die genoemd wordt als vol boer te Bonnen in 1693/4, en dan een zoon van Jan Dekens zoon van Harm Dekens?
Toen haar ouders thuiskwamen troffen zij hun dochter liggend op de dekens, waardoor haar moeder zachtjes de dekens over haar heentrok.
In de winter slaap ik onder twee dekens.
De stad voorzag de slachtoffers van de aardbeving van eten en dekens.
Je hebt zeven dekens.
Neem nog een paar dekens, want het is heel koud.
Ik heb meer dekens nodig.
Heb je dekens?
Hebben jullie dekens?
Hebt u dekens?
De dekens kwamen goed van pas.
Leg twee dekens op het bed.
Ik hielp Tom de dekens op te vouwen.
Tom verzamelt dekens voor daklozen.
Ik lag in mijn bed onder de aangename warmte van de dekens.
Je ging naar buiten, naar de schommel en ik ging dekens halen, want je wilde niet naar binnen.
Ik denk dat ik beter slaap onder de ruimteschip dekens.
Ik heb wat water en dekens meegenomen.
We hebben geprobeerd haar te verwarmen met dekens en kruiken en 200cc warme vloeistoffen.
We leggen dekbedden en dekens op alle zitplaatsen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl