Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Deksteen.

Deksteen

Deksteen betekenis

een steen die iets bedekt of afdekt, met name de horizontale stenen van een hunebed

Voorbeeldzinnen (20)

De deksteen ernaast was gebroken en een deksteen aan de westkant was van zijn plek geschoven.

Er is slechts één deksteen bewaard gebleven, deze is (waarschijnlijk samen met een fragment van de andere deksteen) in de kamer gegleden.

Hij zag boorgaten in een stukgesprongen deksteen en één deksteen is inmiddels verdwenen.

De overgebleven en redelijk intacte binnenkamer bestaat uit negen rechtopstaande stenen met een enorme deksteen erop die naar schatting meer dan 25 ton weegt.

Alleen een klein deel van de deksteen was zichtbaar.

Centraal in het monument bevindt zich een tombe met een liggende, hellende deksteen met vier hijsogen.

De deksteen aan de oostelijke kant was verdwenen.

De deksteen is nog te zien.

De deksteen van de ingang is bewaard gebleven.

De ingang van de broch heeft nog een deksteen en de ingangspassage is ongeveer 4,5 meter lang en is voorzien van de zogenaamde door checks.

De middelste deksteen (bij de ingang) is echter nog in situ, net als de beide stenen aan de uiteinden.

De zevende en achtste deksteen lagen nog in positie.

Eén deksteen is gebroken.

Een deksteen was gescheurd doordat er de nacht ervoor een vuurtje onder gestookt was.

Er lag ook een deksteen in de grafkelder.

Er misten drie dekstenen (de meest oostelijke, de meest westelijke en de deksteen die bij de ingang lag).

Er was een deksteen gebroken en een gedeelte lag aan de buitenkant van de draagstenen.

Feitelijk betreft het hier de restanten van een hunebed, waarvan nog één deksteen over is.

In 2018 werden drie cupmarks op de derde deksteen van D16 herkend.

Op de vijfde deksteen zijn vijf gaten te zien, dit zijn boorgaten waarin men een springstof wilde plaatsen.