Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Denke.

Denke

Voorbeeldzinnen (20)

Hij was orgelspeler van de plaatselijke kerk en stond - vanwege zijn vriendelijkheid - bekend als "Vater Denke" (Vader Denke).

Hoe men daar verder ook over denke, voor een fraudegevoelig toeslagensysteem stemmen is niet hetzelfde als voor fraude stemmen.

Denke werd gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis.

Men denke dan aan de ademanalyse bij de alcoholcontrole of de bankafschriften bij de belastingaangifte.

Je zou ook kunnen denke dat hij juist éxtra hart had voor de zaak, omdat hij risico's liep.

Men denke dan aan de horrorverhalen over GM-gewas dat in het veld van een ander komt, en waarvoor die ander aangeklaagd wordt.

Ik citeer; 'Kankerkazen denke dt ze funny zijn te zweren in arabisch.

Daarom vraag ik ook altijd naar het budget als ik wordt gevraagd om mee te denke of te komen kijken bij vrienden / familie.

Ik denke criminele man hebbe vermoord mevrouw.

Ik zeg gewoon een inside tori gesterkt door 1 vn de initialen die mij doet denke aan een beruchte rover alleen de leeftijd klopt niet. mi no e kari neng ma suma wani kang doe mi sa froiti.

Mense, denke jullie datie die vader van Bronto nog leefe tot 2028?

Want je gaat steeds maar aa die lage torie va je denke, Henry, steeds ….

Het is echter niet ongebruikelijk, men denke aan Frits van Oostroms boek over Jacob van Maerlant, dat historici die in staat zijn hun bevindingen op een aangenaam leesbare wijze te verwoorden een literaire prijs ontvangen.

Je moe nie denke dat ik paars bent omdat ik die feest van combe Kries hep geviert.

Je moeter ook nie aan denke wat er dan gebeurd.

Men denke aan de manier waarop de partij destijds haar leider Voorhoeve aan de kant zette.

Men denke steeds in 1 rtrichting ikke ikkke en dan zien we wel.

In het verleden is het bedrijf niet uitgeblonken in het hebben van een gelukkige hand met het doen van overnames (men denke aan Hyves, red).

Al denke dòrpsminsen, pak-um-beet De Gastmar, dêr nòch wel us anders over.

De 'ofdrol wordt 'espeuld deur lui, die d'r schaepies op 't drôge 'ebbe en zôas 't dan mêstal gaet, dan gaene ze ût zitte denke 'oe ze d'r geldbûdel nog mêr kenne spekke en jae 'oor, ze 'ebbe d'r wat op-evonne.