Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Detailhandelaar.
Detailhandelaar betekenis
een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt | een bedrijf dat zich richt op de verkoop van producten aan consumenten
Voorbeeldzinnen (14)
Een detailhandelaar kan zich bijvoorbeeld realiseren dat hij te veel uitgeeft aan bepaalde inventarisitems.
Op deze manier wordt de werkelijke intentie van de beoordelaar verwerkt om de beleving van een detailhandelaar door de consument te beoordelen.
Vanaf 1997 was hij werkzaam voor Mercator, de grootste detailhandelaar van Sloveniƫ.
Detailhandelaar Target kreeg er verder bijna 3 procent aan beurswaarde bij.
Een voormalig detailhandelaar in de stad, wier naam bekend is bij de redactie, ziet het met lede ogen aan.
Detailhandelaar J.C. Penney verloor meer dan 11 procent na een verlaging van de winstverwachting voor het eerste kwartaal en sloot uiteindelijk 7,5 procent lager.
Britse keten Halfords heeft last van regenachtig weer Het regenachtige weer in april en eind juni heeft de Britse detailhandelaar Halfords geen goed gedaan.
Dat stelde de detailhandelaar vrijdag bij de presentatie van de definitieve jaarcijfers.
Dat stelde ING woensdag in reactie op de cijfers van de detailhandelaar.
De futures op de indices doken tijdens de vroege middaghandel in de min nadat detailhandelaar Wal-Mart een omzetcijfer had gepubliceerd dat lager uitkwam dan werd verwacht.
Wat betreft de aanvaardingsplicht moeten zowel de producent, de invoerder, de tussenhandelaar als de detailhandelaar voldoen aan de regelgeving.
De stemming stond onder druk door detailhandelaar Target, die maandag waarschuwde voor tegenvallende verkoopcijfers over december.
Onder het begrip middenstander of detailhandelaar wordt verstaan iemand die rechtstreeks aan de consument verkoopt.
Detailhandelaar Fabrikanten en grossier waren gebaat bij een zo groot mogelijk aantal vestigingspunten.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl