Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dialectsprekers.
Voorbeeldzinnen (11)
Lessen taalgeschiedenis en flarden van interviews met dialectsprekers wisselen elkaar af.
Onze mening over dialectsprekers kan bijzonder hard zijn: ze zijn ruw, onbeschaafd en lomp.
Begin 20e eeuw waren er nog autochtone dialectsprekers in Leopoldsburg van wie het dialect een variant van het Beverlo's was.
Zo zal men in het Nederduits eerder Pund, Water en ik zeggen, terwijl Hoogduitse dialectsprekers eerder Pfund, Wasser en ich zullen zeggen.
Stelling 6a maakt dan immers duidelijk dat het verkeerd zou zijn om ervan uit te gaan dat jongere en oudere Limburgse dialectsprekers zonder meer hetzelfde voor ogen hebben, wanneer ze uitspraken doen over 'het dialect' of 'de Limburgse dialecten'.
Een Gentenaar wordt hier nog wel eens om bespot door dialectsprekers uit de omgeving.
Toch berusten zij op gebruikskennis van de dialectsprekers zelf, die zich van de onderlinge verschillen en overeenkomsten goed bewust zijn.
Alleen in Nederlands Limburg blijft het aantal dialectsprekers tot op heden constant, mede door het gebruik van dialect op de regionale radio en tv.
De dialectsprekers gebruiken de uitgang -ie ook als augmentatief of 'vergrootwoord' (zoals Brabanders 'de Jan' en West-Vlamingen 'Berten' gebruiken): Dierkie, Geertie, Wiemie, Jotie.
De meeste dialectsprekers treft men nog aan in het oosten (Laren, Blaricum en Huizen).
Ze zijn geordend onder een kop die ofwel redelijk adequaat de genoemde subvariëteiten omvat, ofwel de naam is van de standaardtaal die door de dialectsprekers als lingua franca wordt gehanteerd.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl