Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dichterlijk.

Dichterlijk

Dichterlijk | Dichterlijke | Dichterlijkheid

Dichterlijk betekenis

van een dichter | van de dichtkunst, gelijkend op dichtkunst | met dichterlijke aanleg of inspiratie

Voorbeeldzinnen (20)

Dichterlijk leven noemt Vroomkoning aldoor als zodanig leven, dichterlijk leven ten einde toe.

De stadsdichter is zichtbaar en hoorbaar aanwezig in de stad, brengt op aansprekende en toegankelijke wijze de dichtkunst voor het voetlicht en levert minstens twaalf keer per jaar dichterlijk commentaar op de actualiteiten in de stad.

Zinloos iets, want als er iets letterlijk staat, moet je het weer niet letterlijk nemen maar dichterlijk gekneed uitleggen, liefst mbv een imam die het naar zijn behoefte uitlegt, wat weer anders kan zijn dan de volgende imam.

Door de ander te vleien met mooie woorden, houd je de machthebber welwillend en geef je tegelijkertijd blijk van je onmisbare dichterlijk talent.

De stadsdichter levert minstens twaalf keer per jaar dichterlijk commentaar op de actualiteiten in de regio.

Arie is 2 meter 25, maar ik doe m'n best, dichterlijk gesproken dan.

Dichterlijk verhaal Amsterdam (1833).

Sommige delen zijn in proza geschreven, de boventoon blijft echter dichterlijk.

Uiterst kritisch als hij was, en voortdurend twijfelend aan zijn dichterlijk talent, achtte hij veel werk niet rijp voor publicatie of werkte hij het herhaaldelijk om.

Zijn dichterlijk talent en zijn irenische persoonlijkheid bezorgden hem bij zijn tijdgenoten de titel van Prins der Dichters.

Zoals zijn laatste 'Zwanenzang' bewijst, was Garlieb dichterlijk begaafd.

Het maakt niet uit hoe: een gedicht op de site, iets omroepen op rijm, les geven in poëzie, samen lezen, als het maar dichterlijk bedoeld is.

Of dichterlijk vrijheid van u?

Zonder iemand te raken, anders dan dichterlijk geblaat, waarin de ander niets verstaat.

Daar komt nog bij dat de woorden die Horatius gebruikt, over het algemeen niet typisch dichterlijk of verheven zijn.

Een morgen die muzikaal, maar ook dichterlijk, luister wordt bijgezet door de Friese troubadour Hessel van der Wal (‘Wij zijn een gelukkig paar, met Pasen eindelijk weer naar de meubelboulevard’).

Ik ben er nooit zo'n liefhebber van geweest, dat is duidelijk; het is mij een te willekeurige vorm van vrije associatie van vooral grote en dichterlijk klinkende woorden.

Eerst grijs dan wit dan blauw vond ik nog sterker dichterlijk dan haar verhalen, die ik een beetje onmachtig al had gekenschetst als nog het meest lijkend op gedichten.

Guus, Max, Geeke, Floris, Femke en Thijs werken intussen aan een dichterlijk recept.

Pfeijffer schreef het poëzieweekgeschenk in opdracht en keerde daarvoor terug naar een dichterlijk genre dat in de renaissance driftig werd beoefend en dat met de Tachtigers in de Nederlandstalige literatuur een kortstondige heropbloei kende.