Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dijbeenschacht.

Dijbeenschacht

Voorbeeldzinnen (13)

Aan de bovenkant van de dijbeenschacht is de trochanter major breed en van de ervoor liggende cilindervormige trochanter minor gescheiden door een duidelijke kloof; het bovenvlak van de trochanter minor ligt twee millimeter lager.

De gewrichtsknobbels aan de onderkant van het dijbeen steken uit vóór de dijbeenschacht.

Die maakt maar een beperkte hoek, 10 tot 45°, met de dijbeenschacht, zodat de achterpoten niet helemaal recht onder het lichaam geplaatst kunnen worden, het meest nog bij de basale vormen.

Gecombineerd met een krachtige musculatuur, zoals blijkt uit het lange darmbeen, en een hoog geplaatste niet-gereduceerde vierde trochanter op de achterrand van de dijbeenschacht lijkt dit een aanpassing aan een rennende levenswijze.

Het bovenste derde deel van de dijbeenschacht is naar binnen gekromd.

Het "vierde dijbeenuitsteeksel" ligt op de posteromediale 'Posteromediaal' betekent 'aan de achterste binnenkant' rand van de dijbeenschacht op ongeveer 45 % van het distale uiteinde.

Op de dijbeenschacht bevindt zich achteraan een schuin gerichte vierde trochanter die van boven en binnen naar beneden en buiten loopt.

Aan de voorkant reikte hij vermoedelijk tot de vierde trochanter aan de achterrand van de dijbeenschacht — zij het dan dat die bij Scipionyx niet als een verheffing aanwezig is.

De trochanter major bevindt zich bovenaan ( proximaal ) aan de buitenzijde ( lateraal ) van de dijbeenschacht, op de plaats waar zich aan de binnenzijde ( mediaal de dijbeenhals bevindt.

De kop van het dijbeen is via een echte nek met de schacht verbonden, een teken van een rennende levenswijze, en bevindt zich op dezelfde hoogte als de trochanter major, overvloeiend in deze bovenkant van de dijbeenschacht.

De trochanter major bevindt zich bovenaan ( proximaal ) aan de buitenzijde ( lateraal ) van de dijbeenschacht, op de plaats waar zich aan de binnenzijde ( mediaal ) de dijbeenhals bevindt.

De voet is bijna even lang als het onderbeen en de vierde trochanter ligt hoog op de dijbeenschacht, net als bij rennende vormen Het schouderblad is tamelijk lang en beslaat de grootste lengte van de bovenkant van de borstkas.

Een in de omgeving gevonden dijbeenschacht, onder hetzelfde inventarisnummer als het holotype gecatalogiseerd, zou wellicht ook aan de soort toe te wijzen zijn.