Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dofheid.

Dofheid

Dofheid | Dof

Dofheid betekenis

het niet glimmend of glanzend zijn | niet vrolijk of levendig zijn

Voorbeeldzinnen (6)

De echte klapper, ontdekte de groep, is de toegenomen ‘dofheid’ van de aarde.

Om nog maar te zwijgen over het in goede staat houden van de carrosserie en het interieur, instapschade/leder dat verzakt/scheurt en roest/blanke lak/dofheid.

Sterker, het riep meteen iets onzegbaars op, een gevoel van lang geleden, de dofheid van ‘het is uit’, maar ook een mengeling van zwelgen in een mooi verdriet én het werkelijk hebben en diep voelen.

Soms met een obsessieve drift soms met een onheilspellende dofheid - in beide gevallen klonk de doodstrom.

Och of die dofheid wijken kon!

In ieder geval waren er tegen die tijd van het jaar uitbundige feesten nodig om de natuurlijke dofheid van het seizoen te bestrijden.