Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Doodgraag.

Doodgraag

Doodgraag betekenis

met veel gretigheid, met grote begeerte

Voorbeeldzinnen (20)

Als ik oud en verschrompeld ben, wil ik de hand vasthouden van iemand die ik doodgraag zie.

Daar heb ik inmiddels komaf mee gemaakt, ook al omdat ik die columns doodgraag wil blijven schrijven.

Terug gaan optreden, wil ze doodgraag.

Elizabeth was haar hele leven lang omringd door een legertje honden, die ze doodgraag zag.

Voor het eerst praat ze over haar vruchtbaarheidsproblemen en, als ze er nu op terugkijkt, had ze doodgraag advies gekregen over het invriezen van haar eitjes.

De rasechte Antwerpenaar woont al zes jaar doodgraag in Nieuw Zuid.

Eline mocht op maandag nog eens een digitaal event presenteren en dat heeft haar doen beseffen dat ze doodgraag op de planken staat.

Ik zie mijn kinderen doodgraag, maar had nooit verwacht dat het moederschap zo heftig zou zijn.

Ik zie ze doodgraag, maar ik merk toch dat dat al snel veel energie van me vraagt, terwijl ik sowieso al last heb van mijn gezondheid.

Ik zie zowel mijn mama als papa doodgraag en zou niet tussen de twee kunnen kiezen: beide zijn ze er één uit de duizend.

Iemand die je doodgraag ziet, daar met zoveel pijn zien liggen.

Ik zou doodgraag een EV kopen, voorkeur voor de etron, maar de range blijft mijn probleem.

Bram haat zijn vader, maar Herman ziet zijn zoon doodgraag.

Seksuoloog en relatietherapeut Wim Slabbinck weet raadSten (32) en Eline (30) willen doodgraag een kind.

Zou je dit zinnetje doodgraag horen uit de mond van de uitverkoren werkgever?

Het is niet omdat je iemand doodgraag ziet dat die ander al je wensen en verwachtingen vervult.

Hij ziet zijn kinderen doodgraag en mist ze heel hard.

Ik zou doodgraag opnieuw schepen worden, mijn hart ligt bij sociale zaken en cultuur.

Ik leg die bal doodgraag tegen het net, scoren maakt wat me los, maar spits zijn is meer dan alleen maar achter doelpunten jagen.

Ik wil hen doodgraag ontmoeten.