Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Doopboek.

Doopboek

Doopboek | Doopboeken

Doopboek betekenis

register dat voor 1811 door kerkelijke gemeenten werd bijgehouden en waarin de namen van gedoopte kinderen, hun geboorte- en doopdatum, en de namen van hun ouders en getuigen werden genoteerd

Voorbeeldzinnen (20)

Er is onduidelijk over de doop, omdat het doopboek van de kerk verloren is gegaan.

In het doopboek staat wel de geboortedatum, maar geen geboorteplaats vermeld.

In de loop der jaren zijn veel nuttige sites met bijvoorbeeld bronbewerkingen, zoals een bewerking van een doopboek van de een of andere plaats, verdwenen.

In de Grote kerk is onder andere het orgel, de Bohemer preekstoel, de consistorie, het zilveren avondmaalstel en een doopboek uit 1610 te zien.

Als vader van Jacob Sighers in 1727 is in het doopboek vermeld Roelef Alberts, maar dit is blijkbaar een fout.

De Davelaars komen in 1652 al in het doopboek van Scherpenzeel voor.

De familienaam Hart is merkwaardig maar staat zo in het doopboek.

De meeste bronnen op de pagina's van het project Van Papier naar Digitaal, zijn enkelvoudige bronnen: één doopboek, verpondingsregister of Quotisatiekohier dat hooguit door een aantal mensen is volgeschreven.

Een doopboek van Sluis in deze periode ontbreekt.

Geen kinderen in het doopboek van Tolbert.

Haar achternaam werd in het doopboek van Rotterdam erg verbasterd; zij werd genoemd "De Bravie", "de Braamis".

Het doopboek van Hellum is voor de periode 1690-1700 sterk beschadigd.

In het doopboek staat echter "Jan Cornellis zoon van Harmen Rotgers en Elsje Cornelis van Eelde".

Trijntje en haar broer Cornelis zijn vermoedelijk vóór juni 1732 geboren: zij worden niet in het doopboek van Brakel (noch in dat van Loevestein) genoemd.

Natuurlijk bestaat nog de mogelijkheid dat hij toch in 'n andere plaats is gedoopt, of wellicht onder een andere naam in 't doopboek voorkomt zodat wij zijn doopinschrijving in deze tijd niet meer als zodanig herkennen.

In 1836 komt de naam voor het eerst in officiele stukken voor, o.m. in het doopboek van Hellendoorn, en op de door Boelens in 1838 uitgegeven kaart van Overijssel wordt eveneens de naam Nijverdal gevonden.

In de zomer van 1649 was Hendrickje even terug in Bredevoort; ze wordt als doopgetuige vermeld in het Bredevoorts doopboek.

Notitie in doopboek: "uijt de quadijker koog d'vader Luters dooppeet geantwoord".

De eerste inschrijving van zijn hand (in het doopboek) dateert van 29 nov. 1620.

Volgens het doopboek heeft de vader onmiskenbaar slechts één voornaam: Tobias.