Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dorestad.

Dorestad

Dorestad | Dorestadt

Voorbeeldzinnen (20)

De Fibula van Dorestad Fibula van Dorestad uit circa 775-800 gevonden in een put, thans in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

Als de Vikingen Dorestad hadden overvallen dan keek je nog een week lang over je schouder.

Annemarieke Willemsen is conservator middeleeuwse collecties van het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden) en directeur van het Dorestad Congres.

De belangrijkste grootgrondbezitter in Dorestad was de bisschop van Utrecht.

Dorestad was in de eerste plaats een handelsknooppunt, maar kan niet los van de sociaal- ontwikkelingen in de vroege middeleeuwen gezien worden.

Er waren behalve kooplieden dus allerlei handwerkers in Dorestad te vinden.

Dat Nederland dik in de slavenhandel zat komt door het trauma van Dorestad.

Dat zou verklaren waarom in 863 een Viking-aanval op Dorestad niet werd afgeslagen.

De achtste en negende eeuw waren de gouden eeuwen voor de Friese handel en Dorestad.

De rol van Dorestad werd overgenomen door Utrecht, Tiel, Deventer en Stavoren.

Het inwonertal van Dorestad tijdens zijn bloeitijd wordt op 10.000 geschat.

Ook de agrarische omgeving werd tot Dorestad gerekend.

Radboud had zich verschanst bij het voormalige Romeinse fort Duristate bij Dorestad (Durestadum) en werd er door Pepijn van Herstal omsingeld.

Rond het midden van de 9e eeuw raakte Dorestad in verval.

Sinds mei 2000 is Museum Dorestad gehuisvest in Huis Amstelwijk, een gerestaureerd herenhuis in de Muntstraat in de oude binnenstad van Wijk bij Duurstede.

W.A. van Es en W.J.H. Verwers (2000), blz. 33-34 Ook waren er in Dorestad twee grote begraafplaatsen waarvan tijdens de opgravingen duizenden graven tevoorschijn kwamen.

We dragen onze overwinning op aan alle slachtoffers van de Viking invallen, met name die uit Dorestad.

Luit van der Tuuk beschrijft in ‘Dorestad onthuld’ op basis van vondsten en historische bronnen de geschiedenis van deze bloeiende stad en haar bewoners.

Na deze mislukking droeg Lotharius I in 841 onder meer Dorestad over aan de Deense broers Rorik (Hrørek, Roricus) en Harald in 841. Harald opereerde vanuit Walcheren, Rorik vanuit Wieringen.

Veel potten: van het saaie type reliefbandamfoor zijn in Dorestad letterlijk honderdduizenden scherven gevonden.