Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Droogten.

Droogten

Droogten | Droogt | Droogteniveaus

Voorbeeldzinnen (20)

Dat bos is ook onderhevig aan de nieuwe zomerse droogten.

De ernst en de waarschijnlijkheid van droogten zijn in het Middellandse Zeegebied en andere regio's van de wereld vrijwel zeker toegenomen als gevolg van de klimaatverandering.

Droogten nemen wereldwijd toe doordat er bij hogere temperaturen meer water verdampt.

Bosbranden, droogten, overstromingen, stormen en natuurlijk hittegolven zullen extremer worden en vaker voorkomen.

Er is 43 miljard euro opzijgelegd voor groepen die als gevolg van de klimaatverandering veel last hebben gehad van bosbranden, overstromingen, droogten en stormen.

Nederland kent geen droogten, wel natte en minder natte perioden.

De nieuwe studie laat zien dat over de afgelopen tientallen jaren in het binnenland de kans op droogten al is toegenomen, als gevolg van de mondiale opwarming.

Die bevestigen dat de kans op extreme droogten door klimaatverandering toeneemt, maar niet alleen in de toekomst.

Naarmate de mondiale temperatuur stijgt, neemt de kans op zulke langdurige droogten echter wel toe en kunnen ze ook krachtiger worden.

Een zeespiegelstijging bedreigt Sjanghai en nu al lijdt het noorden van het land onder langdurige droogten terwijl het zuiden jaarlijks met meer overstromingen en orkanen te kampen krijgt dan statistisch verklaarbaar is.

Na de Fransen kwamen de rampzalige droogten van de jaren zeventig, tachtig.

We ontwerpen almaar sterkere dijken tegen overstromingen, slimmere irrigatiesystemen tegen droogten en efficiëntere maatregelen bij aangekondigde orkanen.

Grootschalige ontbossing leidt er dus toe dat de afvoer van de rivier steeds grilliger verloopt en dat overstromingen en droogten steeds vaker – en zelfs in hetzelfde jaar nog – voor kunnen komen.

Het zou goed zijn als de Botswaanse regering heel snel een nationaal waterplan zou maken om de gevolgen van droogten en overstromingen in evenwicht te brengen.

Noord-Korea probeert zo onafhankelijk mogelijk te zijn van het buitenland, maar door droogten, overstromingen en gebrek aan moderne landbouwtechnieken is het moeilijk de eigen bevolking te voeden.

Als nomaden hebben ze vanwege de vaak grote droogten een karige opbrengst van hun koeien, schapen en geiten, waarmee ze rondtrekken.

Aan de andere kant veroorzaakt het lange droogseizoen soms droogten op heel wat plaatsen.

De landbouw stond juist traditioneel garant dat Zuidelijk Afrika de droogten die regelmatig de streek bezoeken goed kon doorstaan.

Er ontstond een visindustrie rond de meren, en de gevaarlijke overstromingen of droogten kwamen niet meer voor.

Daarna zorgde de droogten van 1920 en 1921 voor catastrofale bosbranden die een groot bosoppervlak vernietigden.