Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Drosophila.

Drosophila

Voorbeeldzinnen (20)

De soort is ook wel beschreven als Drosophila melanocephala en Drosophila nigriventris.

Op Harvard, werkte ons lab met Drosophila melanogaster, de gewone fruitvlieg.

Knaden en collega’s namen de proef op de som en verzamelden enkele fruitvliegen behorende tot de soort Drosophila melanogaster.

De hoeveelheid kennis over Drosophila groeide enorm.

Eerst door de Amerikaanse entomoloog Charles Woodworth, maar Drosophila is naar grote hoogte gebracht door zijn landgenoot Thomas Hunt Morgan.

En de wetenschap is vooral geïnteresseerd in één variant: Drosophila melanogaster.

Het beestje is met het blote oog nauwelijks waarneembaar, maar is in de zomer vaak hinderlijk aanwezig: de Drosophila, ofwel het bananen- of fruitvliegje.

We hebben vier jaar lang monsters van Drosophila subobscura verzameld op 12 locaties in Europa op verschillende breedtegraden.

Ze ontdekten dat de Drosophila subobscura zich aanpast aan de opwarming door een bepaald type genetische variatie dat bekendstaat als chromosomaal inversie-polymorfisme.

Na het meth-gen (waarin meth staat voor Methusalem) en nog een tweede is Indy het derde gen in het fruitvliegje (Drosophila melanogaster) dat betrokken is bij het bepalen van de levensduur.

Gemuteerde fruitvliegen bevolken overigens laboratoria over de hele wereld, maar zulke genetisch veranderde drosophila's zijn niet levensvatbaar, worden niet volwassen en planten zich daarom ook niet voort.

Het onderwerp is ‘Genetica met Drosophila’.

Bowler (1989), ch. 2 & 3 T.H. Morgans observaties van geslachtsgebonden overerving van witte ogen (een mutatie) in Drosophila bracht hem tot de hypothese dat genen als chromosomen gerangschikt zijn.

De wetenschappelijke naam Drosophila melanogaster betekent letterlijk vertaald dauwliefhebber met een zwarte buik.

Het box forkhead De naam forkhead werd afgeleid van de twee hoornachtige structuren die te zien waren op de kop van de embryo's van de Drosophila forkhead mutant.

Na korte tijd als biologieleraar in Apeldoorn te hebben gewerkt ging hij van 1968 tot 1976 aan de slag als wetenschapper aan het Hubrecht Laboratorium te Utrecht waar hij o.a. de genetica van het fruitvliegje ( Drosophila ) bestudeerde.

Onderzoek en technologie Fruitvliegen (Drosophila) zijn veel als modelorganisme bij genetisch onderzoek gebruikt.

De herontdekking in 1933 van de gigantische polytene chromosomen in de speekselklier van Drosophila kan zijn besluit beïnvloed hebben.

In nematoden komen in het pre-mRNA gemiddeld 4 tot 5 exons en introns voor; bij de fruitvlieg Drosophila melanogaster kunnen meer dan 100 introns en exons in het pre-mRNA voorkomen.

Onderscheid met andere soorten De soort Drosophila melanogaster is van alle fruitvliegen de bekendste soort.