Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Dryosaurus.

Dryosaurus

Voorbeeldzinnen (11)

Het geslacht Dryosaurus kreeg in 1894 van de beroemde professor Othniel Charles Marsh zijn eigen naam, die zoiets als "boomsauriër" betekent, toen die typesoort hernoemd werd tot Dryosaurus altus.

In 2005 verbeterde hij deze definitie tot: de groep bestaande uit Dryosaurus altus en alle soorten nauwer verwant aan Dryosaurus dan aan Paralophosaurus walkeri.

De jongen van Dryosaurus verschilden in proporties niet veel van de volwassen dieren.

Het kreeg daarna weinig aandacht, ook omdat de meeste Engelstalige geleerden geen Duits kenden, hoewel het meegenomen werd in Galtons beschrijvingen van Dryosaurus uit 1981 en 1983.

Misschien dat Dryosaurus in grotere kudden leefde.

Tom Hübner stelde in 2010 vast dat Dryosaurus een kleine condyle op de bovenste voorrand van het surangulare van de bovenkaak mist, die Dysalotosaurus wel toont.

Daarmee konden ze makkelijk varens eten die de open gronden op de waterscheidingen tussen de riviertjes bedekten die ook begraasd werden door Stegosaurus armatus en Dryosaurus altus.

Als hij de proporties van Dryosaurus had, was de kop vrij klein en gedrongen, de nek tamelijk lang.

De zeer brede groeve voor de aanhechting van de Musculus caudofemoralis brevis komt ook bij Dryosaurus voor maar is daar meer verticaal gericht.

Galton vertrouwde die waarneming in 1981 niet maar ze past goed bij wat we nu weten over de meer afgeleide positie van Dryosaurus in de stamboom.

Galton zag de nauwe verwantschap tussen Dryosaurus altus en Dysalotosaurus als een duidelijk bewijs voor een landbrug tussen Noord-Amerika en Afrika tijdens het late Jura.