Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Duijsent.

Duijsent

Voorbeeldzinnen (2)

Sulck kompt de geheele geledene schade deser heerlijckheijt te bedragen de somme van seventien duijsent drij hondert dartien gulden, elff stuiver acht penningen.

Jan Donkers verklaart dat Joost van de Laak zei: “Die van Veghel konnen ter zyden het schoor dan eenen watermolen setten, en oock aen d’ander zijde een huijs tot een herberg, dan is die plaats duijsent gulden waert.