Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Duitschers.

Duitschers

Duitschers | Duitscher

Voorbeeldzinnen (20)

Hierdoor kreeg ik, en uit de uitlatingen der vluchtenden, den indruk, dat de Duitschers, speciaal de stoottroepen, niet te houden waren en had ik het gevoel, dat er tusschen ons en de Duitschers niets meer stond.

Affiche uit 1945: ‘Voor onze verdronken polders, vernielde havens, en steden verlangt het Nederlandsche volk Duitsch grondgebied zonder Duitschers’.

Zijn vooroorlogse spionageactiviteiten (voor den Duitschers, tegen 100.000Reichsmark per jaar) moeten vooral ongedocumenteerd blijven.

Op dat moment kon UK helemaal niet tegen de Duitschers op.

Op dit moment kan men Sittard niet eens verdedigen tegen den Belgen of Duitschers.

Wat gaat er gebeuren als de Duitschers winnen van de Spanjolen?

De Duitschers hebben de mooie panden gesloopt destijds.

Bestelling is ruim voor de uitbraak gedaan, de oost-Duitschers bereiden een wiederabscheiding voor naar NoordKoreaans model.

De Duitschers hadden vroegâh ook een best wel efficiënt 'herd immunity'-systeem.

De Duitschers hebben niet de wintertijd ingevoerd, want dat was nou juist de originele tijd.

Ik denk eerder dat de slachtoffers pas in mei gevonden worden in hun vakantiehuisjes als den duitschers weer komen om de boel te bezetten voor de zomer.

Sommige Duitschers hebben blijkbaar niet geluisterd.

Voorts schreef hij de politieke brochures: De Duitschers en de Nederl.

Nu we toch zo lekker aan het godwinnen zijn: mag ik vragen of deze Duitschers ons wederom van een gekoesterde minderheid komen beroven?

De Duitschers hebben aam chronisch mollenprobleem, dat is echt niet van de laatste paar jaren.

De Duitschers sturen deze dodo's al sinds een jaar ongezien terug.

In dat hotel werd ik aangesproken door twee andere Duitschers, die mij herkenden aan de das, die Greiner mij had gegeven.

Nadat ik met deze heeren en Greiner was gaan eten ben ik ’s nachts met de twee Duitschers in de richting van de Portugeesche grens gereden, via Salamanca.

De Duitschers zingen schoon maar zij schreeuwen leelijk.

De kapelaan had in de schuilkelder van het klooster, waar de Duitschers een telefoonpost hadden gevestigd, opgevangen, dat de stellingen hier moesten worden verdedigd tot zes uur ’s-morgens, en dat ze daarna pas mochten terugtrekken.