Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Eedgenootschap.

Eedgenootschap

Voorbeeldzinnen (20)

Negentiende-eeuws schilderij van het ontstaan van het ‘Eidgenossenschaft’ (Eedgenootschap) op de weide de Rütli aan het meer van Luzern.

De abt klaagde bij het Eedgenootschap over de schade die was aangericht en hij eiste volledige compensatie.

De stad Sankt Gallen werd een paar maanden nadat Appenzell lid werd van het Eedgenootschap.

Deze overwinningen brachten aan de Zwitserse troepen een reputatie toe, wat leidde tot meer verdragen die de onafhankelijkheid van het Oude Eedgenootschap erkenden.

Een paar maanden werd de rijksstad ook bondgenoot van het Eedgenootschap.

Het gebied, waaronder het veroverde Aargau, maakte vanaf dat moment deel uit van het Eedgenootschap.

Het gebied werd in 1411 na de overwinning tijdens de slag bij de Stosserpas bondgenoot van het Zwitserse Eedgenootschap.

In 1798 viel Napoleon het gebied van de Oude Eedgenootschap waarmee een einde kwam aan het vroegmoderne Zwitserland.

Tegelijk betekende dit ook het herstel van een gecompromitteerde godsdienstvrede in het Oude Eedgenootschap.

Ulrich van Sax, een belangrijke generaal die tijdens de Zwabenoorlog aan de zijde van het Eedgenootschap had gevochten, kreeg in 1490 als dank voor bewezen diensten Frischenberg und Lienz als geschenk.

Er zijn, in heel de geschiedenis maar twee echte ‘uittredingen’ uit het rijk geweest: de Verenigde Provincien en het Zwitserse Eedgenootschap.

Ook het beroepen van predikanten behoorde tot de bevoegdheden van het eedgenootschap, evenals andere kerkelijke zaken en onderwijs.

Het Eedgenootschap, behoudens het kanton Uri, veroverde namens het Rijk Aargau.

In 1815 werd hij divisiecommandant van de troepen van het Eedgenootschap.

In 1991 viel hem de eer te beurt om tijdens het 700-jarige bestaan van het Zwitserse Eedgenootschap een feestrede te houden voor de verenigde Bundesversammlung.

In 1352 werd Zug in het eedgenootschap opgenomen.

Appenzell en Sankt Gallen waren in 1454 volledig lid geworden van het Eedgenootschap en de abdij volgde dit voorbeeld in 1457.

Bij de Vrede van Westfalen ( 1648 ) werd Neuchâtel als een vrij prinsdom erkend, maar bleef door een overeenkomst betreffende wederzijdse bescherming nauw met het Eedgenootschap verbonden.

Bondgenoot van het Zwitserse Eedgenootschap In het begin van de jaren 1490 besloten de vier kantons om aan hun verplichtingen aan de abdij na moesten komen en het kanton Sankt Gallen met gewapende troepen aan te vallen.

Daarmee is het grootste gedeelte van het huidige kanton hetzelfde als het oorspronkelijk kanton Bazel, dat zich in 1501 bij het Zwitsers Eedgenootschap aansloot.