Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Eivormige.

Eivormige

Eivormige | Eivorm

Voorbeeldzinnen (20)

In de beker van deze nestzwammetjes liggen eivormige bolletjes en daarin zitten de sporen van deze zwammetjes.

Tussen de bladeren ligt een eivormige paddestoel: een duivelsei.

Zou deze nu al eerder nemen dan de EQS, ben geen fan van die ‘eivormige’ carosserie.

Aan de onderzijde, met de voorzijde boven, is de kop het enigszins eivormige deel boven het halsschild.

De bloeistengel heeft een mannelijke aar aan de top met daaronder een of twee kortere, eivormige, rechtopstaande vrouwelijke aren.

De bovenste aar is mannelijk en daaronder zitten één of twee, eivormige, vrouwelijke aren, die 1-1,5 cm lang en 0,5 cm breed zijn.

De breed eivormige of breed elliptische blaadjes zijn 2 – 3,5 cm lang en 1,5 – 2,5 cm breed en hebben een spitse bladtop en een afgeronde bladvoet.

De eivormige knoppen zijn groen.

De eivormige onderbekers worden ongeveer 25 centimeter hoog en 9 centimeter breed.

De eivormige vrucht meet twee tot vier centimeter en heeft aan de onderzijde een spitse snavel.

De eivormige zaadkapsels zijn 10 millimeter lang en bevatten smal gevleugelde donkerbruine zaden.

De groene tot bruine kleur, het langwerpige lichaam, de eivormige kop, de oogvlekken en met name de opvallende 'gevorkte tong', die zeer sterk aan slangen doet denken, doet zelfs mensen soms twijfelen.

De Mondial was nu wel helemaal ingepakt in een eivormige volledige stroomlijnkuip.

De platte eivormige vruchten zijn 20 tot 25 millimeter lang en 16 millimeter in diameter.

De vestingwerken bestonden uit een eivormige gracht, een stadswal en twee stadspoorten; de westelijke heette de Goorse poort, de oostelijke de Woolderpoort.

De witte, lang-omgekeerd-eivormige vijftallige bloemen zitten met hun drieën bij elkaar.

Deze 21 cm lange vis had een vrij hoog lichaam met dunne, eivormige schubben, een homocerke staart, enkelvoudige rug- en aarsvinnen en een buikvin, die zich direct onder de rugvin bevond.

Deze tweekleppige heeft een eivormige schelp met een stompe wervel.

Deze werden geflankeerd door lange, naar de zijkant uitlopende, kleinere kronen op vrijwel concentrische rijen kleine, ovale en soms eivormige tanden.

De zwarte tot donkerbruine, eivormige, 1-1,3 mm grote zaden zijn glad en glanzend.