Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Elegieën.

Elegieën

Voorbeeldzinnen (20)

Bij de periode van zijn vriendschap met Schiller horen de voortzetting van Wilhelm Meister, de mooie idylle Hermann und Dorothea en Romeinse Elegieën.

Catullus, Propertius en Ovidius vonden zijn elegieën mooi en teder, in het bijzonder diegene waarin hij de vroegtijdige dood van zijn minnares Quintilia beklaagt.

De in de elegieën voorkomende liefdeslyriek (in gedichten die de liefde tot zijn vrouw Anna bezingen) is slechts van beperkte omvang en behoort niet tot Sabinus’ beste werk.

Het liefdesthema wordt in zijn elegieën steeds meer naar de achtergrond gedrukt.

Hij heeft nog wel een nieuwe liefde, die hij in zijn elegieën 'Phylliroe' noemt, maar als zij in 1463 sterft, houdt Strozzi helemaal op met liefdeselegie.

Tibullus schreef naar het idee van verlangen voor één geliefde meerder elegieën samengebonden in één boek.

Buiten het bakwerk om schreef hij nog 456 sonnetten, daarbij elegieën, een aantal odes en zelfs zestien komisch-heroïsche toneelstukken.

Wellicht was de klagende vorm de oorspronkelijke, en aangenomen wordt ook dat de eerste elegieën onder fluitbegeleiding ten gehore werden gebracht.

Hij blonk uit in zijn elegieën.

Als 21-jarige gaf Heinesen zijn eerste dichtbundel uit: Arktiske Elegier og andre Digte (Arctische elegieën en andere gedichten, 1921 ).

De klaagzangen zijn al ten minste vanaf de middeleeuwen bekend, en kunnen als “elegieën” in de moderne betekenis van het woord worden opgevat.

De Latijnse elegie De Latijnse poetae novi — de "nieuwe dichters" uit de eerste eeuw v.C., met Catullus als bekendste vertegenwoordiger — richtten zich naar Griekse voorbeelden in hun korte gedichten, waaronder ook weer elegieën waren te vinden.

De meditatieve elegie Het oorspronkelijke metrum van de elegie werd soms in de moderne Europese literatuur overgenomen, en ook dan spreekt men, op grond van die maatovereenkomst, van elegieën.

De uiterlijke reden was een uitnodiging uit Zürich om een voordracht te geven, de eigenlijke reden was echter de wens om te ontsnappen aan de naoorlogse hectiek, om zo het werk aan de Elegieën van Duino na lange tijd weer te kunnen opnemen.

De zes Sulpiciagedichtjes bevinden zich in het vierde boek Elegieën van het Corpus Tibullianum.

Dichtspel, 1701), dertien elegieën over zijn liefde voor een meisje dat hij Galatea noemde.

Het verscheen voor het eerst in 1638 in een verzamelwerk met elegieën genaamd: Justa Edouardo King Naufrago.

Hierin staan tien elegieën en een gedicht in 216 hexameters.

In oktober 2006 verscheen een nieuwe vertaling van de "Elegieën van Duino" door Atze van Wieren en uitgegeven bij Uitgeverij IJzer te Utrecht.

Integendeel zelfs; Ovidius beschreef het gebruik van geweld tegen de minnares in verschillende elegieën.