Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Engelsman.
Engelsman betekenis
iemand die in Engeland woont
Synoniemen van Engelsman
Voorbeeldzinnen (20)
In de tweede ronde nam hij tegen de Engelsman Darren Webster (UMB 29) een 5-4 voorsprong, maar de Engelsman stelde gelijk.
Volkert Engelsman, directeur van een handelsbedrijf in biologische groente en fruit, werd er nummer 1 mee in de Duurzame 100. Engelsman zette de prijs van enkele biologische producten tegenover het gangbare alternatief.
Huybrechts moest in de zestiende finale afhaken na een 6-4 nederlaag tegen de Engelsman Keegan Brown (PDC 45), De Decker kreeg een 6-2 nederlaag aangesmeerd van de Engelsman Alan Norris (PDC 18), de latere toernooiwinnaar.
Nadat hij in zijn eerste wedstrijd de Engelsman James Richardson (PDC 69) met 6-4 had verslagen, slikte hij in de derde ronde een 6-2 nederlaag tegen de Engelsman Paul Harvey.
"Nee," herhaalde de Engelsman.
Een Engelsman, een Belg en een Nederlander gaan een café binnen en nemen plaats aan de toog. Zegt de barkeeper: "Wacht even, is dit een mop of zo?"
Hij is een Engelsman.
Hij is Engelsman, maar woont in India.
Het huis van een Engelsman is zijn kasteel.
Op dezelfde manier zou een Rus niets grappigs vinden aan een mop, waarvan een Engelsman niet bijkomt van het lachen.
Nee, ik ben een Engelsman.
U spreekt Engels als een geboren Engelsman.
Toen de Engelsman deze laatste vraag hoorde, vertrouwde hij zijn oren niet.
Hoe zou jij een Amerikaan van een Engelsman onderscheiden?
Tom is geen Engelsman.
Als je hem Engels hoorde spreken, zou je hem voor een Engelsman houden.
Die Engelsman van de veerboot?
Er is een Engelsman, toch?
Heel wijs om de reikwijdte van de Jacobitische zaak vanuit het oogpunt van een Engelsman te willen zien.
Daarin neemt de Engelsman Nathan Aspinall het op tegen Jonny Clayton uit Wales.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl