Ontdek Erfstadhouder via 10+ voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis. Ideaal voor taalgebruikers, schrijvers en taalliefhebbers.
Erfstadhouder betekenis
de benaming voor de functie die bekleed werd door de stadhouders van de gewesten Holland en Zeeland vanaf 1674, Friesland vanaf 1675, en de laatste twee stadhouders van alle gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden vanaf 1747
Gebruik van Erfstadhouder
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: de benaming voor de functie die bekleed werd door de stadhouders van de gewesten Holland en Zeeland vanaf 1674, Friesland vanaf 1675, en de laatste twee stadhouders van alle gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden vanaf 1747
- In het voorbeeldencorpus komt erfstadhouder vaak voor in combinaties zoals: de erfstadhouder, erfstadhouder van, erfstadhouder willem.
Context rond Erfstadhouder
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 22.1 woorden
- Plaats in de zin: 3 begin, 8 midden, 6 einde
- Zinsoorten: 17 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Erfstadhouder
- In deze selectie staat "erfstadhouder" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 22.1 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral jaar, zoon, prinse, willem, prins en dankte op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "erfstadhouder".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn willem iv erfstadhouder van alle en dat jaar erfstadhouder van de. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "erfstadhouder" dicht bij woorden als aalbessen, aalburgse en aalderen, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met erfstadhouder
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Hij zou de erfstadhouder Willem V hebben belasterd. (8 woorden)
In 1801 deed hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder. (11 woorden)
In de nieuwe regeringsreglementen kreeg de erfstadhouder meer invloed op de benoemingen. (12 woorden)
Het hele idee van een erfstadhouder was al van de pot gerukt, maar het in stelling brengen van Willem Frederik als 'soeverein vorst' was de vervolgtruc van de grote mogendheden rond de Nederlanden om alle republikeins gedachtengoed de kop in te drukken. (42 woorden)
Op 18 januari 1795 verliet eerst het gezin en enkele uren later de erfstadhouder zelf samen met de twee oudste zoons - prins Willem Frederik van Oranje en prins Willem George Frederik van Oranje - hun vaderland vanuit Scheveningen. (37 woorden)
Dit werd in november 1747 bekroond met Willems verheffing tot erfstadhouder der Verenigde Nederlanden, waarmee de Republiek in feite een soort vorstendom was geworden waarin het staatshoofd echter nog beperkte macht had. (32 woorden)
Voorbeeldzinnen (17)
Hij kon zich vanaf dat jaar erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Provinciën noemen, met automatisch recht van opvolging door zijn eerstgeboren zoon, erfstadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau.
Het hele idee van een erfstadhouder was al van de pot gerukt, maar het in stelling brengen van Willem Frederik als 'soeverein vorst' was de vervolgtruc van de grote mogendheden rond de Nederlanden om alle republikeins gedachtengoed de kop in te drukken.
In 1748, toen Willem IV erfstadhouder van alle gewesten werd, werd het markizaat hersteld.
Willem IV wordt de eerste erfstadhouder, maar overlijdt in Huis ten Bosch in 1751.
Ten Noordoosten van Oudeschoot, in de buurt Schooterwoud, ligt de vermaaklyke lustplaats van Z.D.Hoogheid, den Heere Prinse Erfstadhouder, het Oranjewoud genaamd.
Na de koffie houdt Thera Coppens een inleiding over de Friese Nassaus tot Willem IV erfstadhouder van alle gewesten werd.
Dit werd in november 1747 bekroond met Willems verheffing tot erfstadhouder der Verenigde Nederlanden, waarmee de Republiek in feite een soort vorstendom was geworden waarin het staatshoofd echter nog beperkte macht had.
In 1801 deed hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder.
In de nieuwe regeringsreglementen kreeg de erfstadhouder meer invloed op de benoemingen.
Krachtens de Staatsregeling van 1747 bereikte hij daarmee de staatsrechtelijke meerderjarigheid, en werd hij erfstadhouder.
Schoondochter Anna van Hannover overleed in 1759, waardoor haar kleinkinderen Carolina en de erfstadhouder Willem V als minderjarige wezen achterbleven.
Bij de dood van Willem IV in 1751 was de opvolger Willem Batavus nog te jong, zodat Anna regentes werd namens de nieuwe Erfstadhouder met als titel gouvernante.
Bij de meerderjarigheid van erfstadhouder Willem V in 1766 wordt Wilhem II vertegenwoordiger van de Eerste Edele en legt de functie van raadpensionaris neer.
Hij werd een van de belangrijkste adviseurs van stadhouder Willem IV die aan Bentinck zijn verheffing tot erfstadhouder dankte.
Hij zou de erfstadhouder Willem V hebben belasterd.
In 1781 bezocht Beethoven met zijn moeder Rotterdam en Den Haag, waar hij optrad voor onder anderen Erfstadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau en diens hofentourage.
Op 18 januari 1795 verliet eerst het gezin en enkele uren later de erfstadhouder zelf samen met de twee oudste zoons - prins Willem Frederik van Oranje en prins Willem George Frederik van Oranje - hun vaderland vanuit Scheveningen.
Veelvoorkomende combinaties met erfstadhouder
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de erfstadhouder 4×
- erfstadhouder van 3×
- erfstadhouder willem 3×
- erfstadhouder prins 2×
- iv erfstadhouder 2×
- tot erfstadhouder 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "erfstadhouder" in een zin?
Wat betekent "erfstadhouder"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "erfstadhouder" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl