Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ergerde.

Ergerde

Ergerde | Erger | Ergeren | Ergers | Ergerden | Ergerder

Voorbeeldzinnen (20)

Ik ergerde mij aan de jongen, omdat hij lui was.

Zij ergerde zich zeer aan de nieuwigheden.

Ze ergerde hem.

Ik ergerde me aan zijn gedrag.

Mary ergerde zich aan Toms informele taalgebruik.

Ik dacht dat het je ergerde, dat ik niet actiever in het ziekenhuis ben.

Hij ergerde zich verschrikkelijk aan de kat van de overburen.

Ik ergerde me eraan dat volgens mij Bas van Stokkom het over een bepaalde klasse heeft.

Ja, ik ergerde me daar jaren geleden al aan.

Rainer Mausfeld ergerde zich hier vele jaren geleden ook over de kwaliteit van bovengenoemde wetenschappelijke stromingen (ik meen psychologie/sociologie).

Uijtdebroeks ergerde zich in de Vuelta openlijk aan het eigengereide gedrag van zijn kopman.

Ze ergerde zich zelfs zichtbaar aan de lakse houding van het publiek.

Als jongetje ergerde hij zich aan de gesprekken thuis over zijn beroemde opa.

Bovendien ergerde het ministerie zich aan de eigengereide houding van het stadsbestuur, dat nauwelijks overlegde met andere betrokken partijen.

En mooie is internet (en in dit geval ook mijn hersens want ik ergerde mij toen al aan die dubbele standaard) vergeet nooit.

Ergerde zich dood aan Dr. Oetlul.

Ik ergerde me juist blauw aan die beelden vanaf de Mc Laren was het volgens mij.

Ik ergerde me kapot aan de ernst die in de letteren heerste.

Ik ergerde me sowieso al dood aan dat hysterische gedoe om dat noro-virus ieder jaar op het NOS-journaal, je zal zien dat ze volgend jaar noro weer uit de kast halen als corona zijn effect op de kijkbuisbangerts is verloren.

Ik genoot een hoop, ergerde me een beetje.