Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Evengoed.
Evengoed betekenis
al met al
Voorbeeldzinnen (20)
Maar evengoed, met de aanstaande klima-dictatuur vanuit Brussel zijn de Engelsen straks wellicht evengoed maar wat blij dat ze er uit zijn.
Eerwraak past evengoed niet in de cultuur van Nederland en is evengoed een terreurdaad.
De ramp was overal, in Groningen evengoed als in Vlissingen, in Maastricht evengoed als in ’s Gravezande.
Je kunt evengoed een naald in een hooiberg zoeken.
Evengoed ben ik niet overtuigd.
Je kunt evengoed tot dinsdag wachten.
M'n zoon moest evengoed blijven, jij ook.
Hij is evengoed mijn als uw getuige!
Hij is evengoed mijn als uw getuige !
Als je toch niks zegt, kunnen we je evengoed vermoorden.
Tja, ik ben toch al teleurgesteld, kan ik evengoed even onder de motorkap kijken.
Dat ben ik evengoed, eikel.
Het huilen erom leidt evengoed tot spijt.
Hitlers tolk Paul Schmidt weet nog dat Hitler die middag evengoed Mussolini persoonlijk ontving.
En dat kan evengoed, "jij" zijn?
Dit is evengoed een leven.
Ach ja, in het verleden heeft het overheidje ook al bakken geld kapot gesmeten aan de RVS-scheepswerf die toen evengoed nog failliet ging.
Agrariërs die geen piekbelaster zijn, maar toch willen stoppen, kunnen evengoed aanspraak maken op een uitkoopregeling.
Als tiener kon Lizzo rappen, maar ze zat evengoed in de schoolfanfare.
Al verloor ze evengoed nog van Orange Man Bad.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl