Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Exporteconomie.
Exporteconomie
Exporteconomie betekenis
deel van het bedrijfsleven dat exporteert; land dat meer exporteert dan importeert; een land met een positieve handelsbalans
Voorbeeldzinnen (10)
Maar zo’n plan − Sri Lanka moet in 2048, als het land een eeuw onafhankelijk is, een succesvolle exporteconomie zijn − vergt allereerst een sanering van de buitenlandse schuld van 51 miljard dollar.
Een groot deel van de schade kunnen we, als exporteconomie, helaas niet voorkomen.
Het verlies van de handelsvloot bracht een behoorlijke vermindering van de exporteconomie met zich mee – wat een belangrijke basis voor de economische kracht was.
Om in aanmerking te komen voor leningen, moesten landen hun grenzen openstellen voor buitenlandse producten, hun overheid afslanken en hun exporteconomie bevorderen.
De Ierse economie is in de jaren 90 veranderd van een economie die georiënteerd was op landbouw in een dynamische exporteconomie van hightech producten en diensten.
De inzet was duidelijk: de catastrofale kwartaalcijfers in Duitslands industriële sector, het hart van ’s lands befaamde exporteconomie.
China worstelt met de overgang van een exporteconomie naar een op consumptie en binnenlandse groei gerichte economie en met de problemen die samengaan met het liberaliseren van een economie en financiële markt.
Maar nog altijd waren we de zevende exporteconomie ter wereld.
Nou is de VS er vooral veel aan gelegen de regels voor de mondiale exporteconomie met zoveel mogelijk verschillende partners in beton te gieten voordat China dat kan doen.
Middeldorp: "Ze willen van een exporteconomie naar een economie van binnenlandse consumptie.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl