Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Feestredenaar.

Feestredenaar

Feestredenaar | Feestredenaars

Voorbeeldzinnen (5)

Een gemeenschappelijke vergadering werd belegd om de twintigste verjaardag van De Dageraad te herdenken, met d'Ablaing (nochtans geen lid) als feestredenaar over het thema 'scheiding van kerk en staat'.

Jansen was de feestredenaar tijdens de presentatie van het 'prachtboek' De Schijn-élite van de valsemunters van de tweede man bij de PVV Martin Bosma.

Waarschijnlijk was hij te zeer een gretig, op het hier en nu belust essayist en feestredenaar, en een pestkop bovendien, om ook nog eens een romanschrijver te zijn die het aandurfde zijn personages dubbelzinnigheid mee te geven.

Dat ik met deze vraag begin betekent dat ik als feestredenaar bij het halve-eeuwfeest een heel ander onderwerp kies dan Heeroma, toen die bij de twintigste verjaardag van het Gilde sprak over de Nijmeegse neerlandistiek.

De feestredenaar voor die middag was de ambachtsheer, jonkheer mr. W.C.M. de Jonge van Ellemeet.