Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Feestvieren.
Feestvieren
Gerelateerde woorden
Feestvieren betekenis
deelnemen aan een feest en uiting geven aan feestvreugde
Synoniemen van Feestvieren
Voorbeeldzinnen (20)
Ik ben aan het feestvieren.
De dorpelingen zijn aan het feestvieren.
Laten we feestvieren!
Ik wil dat jullie allemaal gaan feestvieren.
Maar laten we nu feestvieren.
Laten we na deze onderbreking verder feestvieren.
Onder andere omstandigheden zouden we nu feestvieren, ja.
Daarmee kon de Mexicaan uitgebreid feestvieren met zijn team.
En de rest,’ hij kijkt me aan, ‘is een beetje aan het feestvieren.
Het liefst, zegt hij terwijl de spelers en stafleden vlak achter hem feestvieren met de 375 meegereisde fans, klapt hij nu zijn laptop open.
Ik ben echt ontzettend blij met deze overwinning, maar voor feestvieren is geen tijd.
Mijn arts heeft me nooit verboden om te drinken, maar hij adviseerde wel dat als ik aan het feestvieren ben en pak 'm beet twee kistjes bier heb weggetikt, ik dan niet op mijn muil moet gaan.
Mijn bloed kookt af en toe als ik zulke beelden zie, en ook in mijn eigen omgeving constateer dat er dan nog mensen zijn die zeggen: "Ze hebben er toch wel een beetje om gevraagd om zo dicht bij de grens te gaan feestvieren".
Natuurlijk is feestvieren voor de prijs daadwerkelijk binnen is, onverstandig.
Op Roze Woensdag trekken de 4Daagse wandelaars door de stad, op vrijdag komen zij vaak na hun wandelprestatie nog feestvieren.
Ruim een half uur later kon ze samen met haar nieuwe teamgenotes feestvieren.
Terwijl de Oranjespelers met elkaar op de foto gaan, familie omhelzen én feestvieren, zit Delmee minutenlang alleen op de bank.
Toen wij degradeerden na een nederlaag tegen Rijnsburg, ging Rijnsburg bij IJsselmeervogels in de kantine feestvieren.
Twee seizoenen later kon AZ alsnog feestvieren.
Wij gaan verder met feestvieren als je het niet erg vindt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl