Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Fenestra.
Fenestra
Gerelateerde woorden
Fenestra betekenis
raam, venster
Voorbeeldzinnen (20)
Er bleven twee autapomorfiën over: het middelpunt van de fenestra maxillaris ligt achter de middenlijn getrokken tussen de voorrand van de uitholling van de fenestra antorbitalis en de voorrand van de fenestra antorbitalis zelf.
De fenestra maxillaris is laag geplaatst in de uitholling die de fenestra antorbitalis omgeeft en bevindt zich direct achter de fenestra promaxillaris, een nog kleinere opening.
De bovenste tandrij loopt naar achteren door tot onder het voorste derde deel van de fenestra nasoantorbitalis, de vervloeiing van het neusgat met de fenestra antorbitalis.
De fenestra maxillaris, een schedelopening, is vergroot en bevindt zich direct boven de fenestra promaxillaris, een normaliter meer naar voren liggende opening.
De fenestra maxillaris is ook veel kleiner dan de fenestra antorbitalis met maar een tiende van de oppervlakte daarvan, een afgeleid kenmerk.
De uitholling rond de fenestra antorbitalis heeft een goed ontwikkelde overhangende beenlip en een fenestra maxillaris die klein is en relatief ver naar achteren gelegen.
Een bovenste uitloper van die richel vormt een pila interfenestralis, een afscheiding tussen de fenestra antotorbitalis en de fenestra maxillaris.
In de uitholling voor de fenestra antorbitalis ligt een tweede opening, de fenestra maxillaris die uitzonderlijk groot is en het grootste deel van de voorkant van de uitholling beslaat.
Onder het richeltje liggen twee kleinere ovale openingen achter elkaar, wellicht homoloog aan de fenestra promaxillaris en fenestra praemaxillaris.
Tussen dit fenestra en het neusgat zit een kleinere opening, de fenestra maxillaris.
Voor de fenestra maxillaris ligt nog een spleetvormige fenestra promaxillaris, ook weer gescheiden door een smalle beenbalk.
De beenbalk tussen de voorste, driehoekige, fenestra maxillaris en de meer afgeronde fenestra antorbitalis is duidelijk ingesprongen ten opzichte van het niveau van de buitenste beenwand.
De beschrijvers achten het mogelijk dat de neusgaten en de fenestra antorbitalis vervloeid zijn tot een fenestra nasoantorbitalis, een zeer afgeleid kenmerk.
Deze opening ligt in een driehoekige verdieping of fossa waarin zich meer naar naar voren twee kleinere openingen bevinden, een trapeziumvormige fenestra maxillaris en daarvoor een kleine ovalen fenestra promaxillaris.
Doordat de fenestra maxillaris extra diep ligt, heeft de balk die deze opening scheidt van de fenestra promaxillaris de vorm van een beenplateau.
Vóór deze grote opening zijn er kleinere: een spleetvormig fenestra promaxillaris en een achterliggend fenestra maxillaris.
De relatief grote ovale fenestra maxillaris, een kleine schedelopening, ligt hoog op de opgaande tak van de maxilla in een eigen in de lengterichting lopende fossa; er geen spoor van een voorliggend fenestra promaxillaris.
De snuit kan zo lang worden doordat er niet alleen een langwerpig fenestra antorbitalis is maar daarvoor ook een zeer groot maxillair fenestra, ervan gescheiden door een nauwe beenspant.
Het binnenste uiteinde eindigde bij twee in dit geval in elkaar overvloeiende verdiepingen van de hersenpan, de fenestra ovalis en de fenestra pseudorotunda.
Het is lastig vaststelbaar of daar ook bijhoort dat het kanaal door de beenbalk tussen de fenestra maxillaris en de fenestra antorbitalis naar boven beweegt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl