Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Filiaalchef.

Filiaalchef

Filiaalchef | Filiaalchefs

Filiaalchef betekenis

diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf

Voorbeeldzinnen (10)

Onze filiaalchef mocht dat niet van zijn bovenbazen in Brussel.

Helaas vindt onze restauranthouder annex filiaalchef, deze constructie wel een goed idee.

Tot zover het vertrouwen in filiaalchef Mark Rutte.

Zo naar buiten rollen als je ff vraagt aan de filiaalchef.

Mijn hond, de heer D. Herder, voormalig filiaalchef bij mij, is in 1983 in de bijstand gekomen.

De filiaalchef roept vertwijfeld uit: ‘Jongens, hou er over op, die slavernij is zo lang geleden.

Het was als een filiaalchef die de klanten verzekert dat er nog genoeg keukenrollen zijn.

Als zo'n gozer hier een filiaalchef van AH met een mes bewerkt, dan wordt je als burger daar razend over.

De filiaalchef besloot om nog maar eens met de man te praten en ik werd nog steeds in mijn vrijheid beperkt door een aantal van de collega’s van de eerst genoemde man.

Wiersma vertrok naar de firma Boeke en Huidekoper te Zwolle en werd daar filiaalchef.