Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Flanerende.

Flanerende

Flanerende | Flaneren

Voorbeeldzinnen (11)

Nu zijn het een stel flanerende korpsballen die lopen te pochen met hun succes om bij de 10 (of 20) te horen.

Met flanerende toeristen bijvoorbeeld.

In februari 1990 deed zij met haar werk mee aan de tentoonstelling 'De flanerende blik', een expositie van lesbische kunstenaars.

Thematisch liet hij zich inspireren door het dagelijks leven in straten van de grote stad, met haar winkeltjes, boekstalletjes, bloemenverkoopsters, flanerende dames, huurkoetsiers, enzovoorts.

Dat bedrag werd mij genoemd door een in zo'n apparaat rond Schiphol flanerende diender.

En tussen al die flanerende mensen zoeken de reizigers met haast de snelste weg.

Druk met flanerende mensen.

Het is feest in het dorpje en de straatjes zijn overvol met flanerende feestgangers, die allemaal nogal sjofel zijn gekleed.

Op zwoele zomeravonden klinkt hier Bach, barok of een bigband, na zonsondergang hoor je louter het gekeuvel in de verte van het over de pier flanerende vakantievolk en de zacht ruisende branding van de Oostzee.

We drinken wat op een terrasje aan de haven en genieten van het mooie uitzicht en de flanerende mensen.

Hier is het zo aan het begin van de avond een gezellige drukte met veel flanerende Grieken.