Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Flapoor.
Flapoor
Flapoor betekenis
zeer groot, uitstaand oor | iemand met zeer grote en uitstaande oren | konijn
Voorbeeldzinnen (11)
Beste Flapoor, ik reageerde op uw foto.
D66 bestaat uit van die tenenkrommend maatschappelijke splijtzwammen, waar deze doortrapte flapoor er eentje van is.
Liefkozend aait hij haar grote zwarte flapoor, terwijl zij haar kop onder zijn arm duwt.
Nu maar afwachten wat die flapoor er van maakt.
Het museum leidt de bezoeker door de geschiedenis van het fruitbaasje Flipje en zijn vriendjes Flapoor Olifant, Jasper Aap en Bertje Big.
Spaar mij, noem hem niet, dat beeld alleen al van die flapoor is me teveel; maar hij schijnt verstand van dit soort zaken te hebben.
Zie die flapoor van het CDA, zie Pechtold en nu weer dit geval.
Hij is met name een gevaar voor die flapoor uit Boxmeer en die nasale joodse meneer uit Amsterdam.
Waarom krijgt dat mens een podium? en waarom stelt die flapoor (NPO) geen kritische vragen tegen deze sektarische maffia?
Die flapoor dacht dat hij haar liefde kon kopen, maar daar was geen sprake van.
Marcel Kamp laat ons weten: De jongeman die tegen de paal leunt is Tom van Hemert, de rokende met flapoor ben ik.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl