Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Fluitenkruid.
Fluitenkruid
Fluitenkruid betekenis
bepaald soort plant, uit de schermbloemenfamilie | aan de waterkant groeiende plant ook wel herdersfluit of waterweegbree genoemd
Voorbeeldzinnen (20)
In deze tijd van het jaar staan de bermen in volle bloei. Je vindt er bijvoorbeeld veel fluitenkruid, koolzaad en paardenbloemen.
Dat komt doordat fluitenkruid een weinig kritische soort is, die graag groeit in () wegbermen met veel stikstof.
De afgelopen weken streden ook de paardenbloem, de wilde kievitsbloem, het fluitenkruid en de pinksterbloem om de titel van nationale bloem.
De echte hobby panfluitmaker maakt panfluiten van reuze fluitenkruid beter bekend als berenklauw.
Die lijst werd na een eerste stemronde teruggebracht tot een top 5: de paardenbloem, de pinksterbloem, de wilde kievitsbloem, het fluitenkruid en het madeliefje.
In de finale zijn in Nederland nog vijf bloemen over: de wilde kievitsbloem, de pinksterbloem, de paardenbloem, het madeliefje en het fluitenkruid.
Ook in stikstofrijke (klepel)bermen houdt fluitenkruid het nog lang uit.
Dat is meestal fluitenkruid.
In veel bermen bloeien kruiden als fluitenkruid en koolzaad.
Het gebouw is omgeven door bosjes met geurend fluitenkruid, in de verte wordt gevoetbald.
In de bermen schiet fluitenkruid op tot okselhoogte.
Buiten zie je ze nu dus massaal zitten op fluitenkruid en op brandnetels, maar ook de zomerbloeiers in de tuin vormen een lekker hapje.
Een gebied met knotwilgen en koeien, grutto’s en tureluurs, boomgaarden en fluitenkruid, kanalen en gemalen.
Zoveel fluitenkruid dat ik niet weet of er ooit eerder zoveel van was of dat met het ouder worden het oog zich meer voor natuur opent.
De oevers en de bermen van de Mombeek zijn begroeid met ruigtekruiden zoals: grote brandnetel, fluitenkruid, gewone smeerwortel, reuzen balsemien, ….
Deze plant lijkt erg op de gewone berenklauw, ook wel fluitenkruid genoemd.
Met mijn lotgenoot die ook niet verder kwam dan ‘woensdag gehaktdag’ overzie ik de verkeersader die het pad van de bonte stoet doorkruist: een zandlint geflankeerd door fluitenkruid.
Wat kun je dan genieten van het zonlicht over de velden, het spel van licht en schaduw in de bossen, een geel tapijt van boterbloemen, een witte overvloed van fluitenkruid, de pracht van een bloeiende meidoorn.
Wie hem oversteekt, komt echter van het ene op het andere moment in een andere plantenwereld terecht: Timoteegras en fluitenkruid uit de droge graslanden maken in de hogere wijstgebieden plaats voor moeraszegge, dotterbloemen en moerasviooltjes.
Hij heeft ook graag struiken en stevige opgaande kruiden in zijn broedgebied (brandnetel, moerasspirea, fluitenkruid, wilgenroosje, koninginnekruid) en wilgenbosjes.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl