Op deze pagina vind je 5 voorbeeldzinnen met Foncier. Ontdek de betekenis, hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Foncier in een zin
Foncier betekenis
- onroerend
- wie onroerend goed bezit
- wat afkomstig is van onroerend goed, van vastgoed
Gebruik van Foncier
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: onroerend | wie onroerend goed bezit | wat afkomstig is van onroerend goed, van vastgoed
- In het voorbeeldencorpus komt foncier vaak voor in combinaties zoals: het foncier.
Context rond Foncier
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 19.8 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 2 midden, 1 einde
- Zinsoorten: 5 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Foncier
- In deze selectie staat "foncier" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 19.8 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral vroegere op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "foncier".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn bank crédit foncier d extrême en het foncier in oorsprong. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "foncier" dicht bij woorden als aabbou, aabenraa en aadhaar, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met foncier
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Het foncier in oorsprong was dus de centrale vroonhoeve waarrond een heerlijkheid ontstond. (13 woorden)
Het foncier was het gedeelte van een heerlijkheid dat bewoond en ontgonnen werd door de heer zelf. (17 woorden)
De jonge Sengier nam er de leiding van het Shanghaise filiaal van de Franco-Belgische bank Crédit foncier d'Extrême Orient. (21 woorden)
Het tracé werd dwars door het vroegere foncier of "Hof van Markhove" getrokken, waardoor enkele hoevegebouwen aan de andere kant van de straat kwamen te liggen. (26 woorden)
Daar iemand meerdere heerlijkheden kon bezitten, maakte hij soms van het foncier van zijn tweede heerlijkheid een leen, of hij verpachtte het. (22 woorden)
De jonge Sengier nam er de leiding van het Shanghaise filiaal van de Franco-Belgische bank Crédit foncier d'Extrême Orient. (21 woorden)
Voorbeeldzinnen (5)
Daar iemand meerdere heerlijkheden kon bezitten, maakte hij soms van het foncier van zijn tweede heerlijkheid een leen, of hij verpachtte het.
De jonge Sengier nam er de leiding van het Shanghaise filiaal van de Franco-Belgische bank Crédit foncier d'Extrême Orient.
Het foncier in oorsprong was dus de centrale vroonhoeve waarrond een heerlijkheid ontstond.
Het foncier was het gedeelte van een heerlijkheid dat bewoond en ontgonnen werd door de heer zelf.
Het tracé werd dwars door het vroegere foncier of "Hof van Markhove" getrokken, waardoor enkele hoevegebouwen aan de andere kant van de straat kwamen te liggen.
Veelvoorkomende combinaties met foncier
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "foncier" in een zin?
Wat betekent "foncier"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "foncier" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl