Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Fossa.

Fossa

Fossa betekenis

gracht, kanaal, holte, groeve | fretkat

Voorbeeldzinnen (20)

Andere zoogdieren in het park zijn de fretkat of fossa (Cryptoprocta ferox), de fanaloka (Fossa fossana), de ringstaartmangoest (Galidia elegans), de gewone tenrek (Tenrec ecaudatus) en de zeer zeldzame watertenrek (Limnogale mergulus).

Vóór de fossa otica ligt nog een diepe uitholling, de fossa lateralis, met daarin de openingen voor de oogzenuwen.

De fossa olecrani, de groeve die de achterste bovenzijde van de ellepijp opvangt bij de strekking van de arm, is wat dieper dan de fossa cubitalis, de tegenovergelegen groeve aan de voorkant.

Lingsfort Kaart van de Fossa Eugeniana Toen de Spanjaarden de Zuidelijke Nederlanden in hun bezit hadden, werd besloten om de Fossa Eugeniana te graven.

Hoe ontstaat een fossa?

Voor het eerst zijn er in een Nederlandse dierentuin fossa's geboren.

Pakawi Park, de vroegere Olmense Zoo, huisvest als enige Belgisch dierenpark twee volwassen fossa’s of fretkatten.

Aan de binnenkant van de onderkaak is er een diepe fossa Meckeliana.

Aan de landzijde van de stad bouwde hij een verdedigingsgracht, de Fossa Quiritium.

Aan de onderkant van de fenestra antorbitalis is echter geen fossa aanwezig: het bovenkaaksbeen vormt daar een scherpe opstaande richel.

Aan de voorzijde daarvan ligt een kleine ovale opening, de fossa Meckeliana.

Alle halswervels hebben onderaan de zijkant centrale pneumatische groeven; bij de achterste is deze fossa voor zover waarneembaar door een dunne beenplaat in tweeën gesplitst.

Bij de fossa infradiapophysealis, een groeve onder de diapofyse, is duidelijk te zien hoe een pneumatisch foramen overdwars de botwand doorboort.

Boven de fossa praemaxillaris is de praemaxilla nauw maar overdwars dik en vormt achter en boven de voorste beenstijl van het neusgat een driehoekige tak die in het neusbeen steekt en daardoor grotendeels omvat wordt.

Boven de inkeping vormt de buitenzijde van de maxilla een iets naar achteren hellende voorste rand voor een grote inzinking, een fossa waarin de grote schedelopening, de fenestra antorbitalis, gelegen is.

Boven en achter de fenestra antorbitalis vormen twee beenplaten van het traanbeen een deel van de fossa.

Daarbij wordt de wervelboog per zijde van voren doorboord door een foramen in de fossa prezygocentrodiapophysealis.

De binnenzijde van de onderkaak heeft een kleine ovale fossa Meckeliana.

De bovenkant van de zijkant van de hersenpan is overlangs in tweeën gedeeld door een opvallende richel, de crista prootica, die boven de trog loopt waarin zich de gehooropeningen bevinden, de fossa otica.

De buitenwand steekt onderaan meer naar voren, de fossa van de fenestra antorbitalis kruisend op de middelste hoogte van de neergaande tak, niet erboven zoals in 2010 beschreven.