Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Frietkar.

Frietkar

Voorbeeldzinnen (10)

De frietkar werd teruggegeven aan de eigenaar.

Maar vrijdag waren de boeren op de beoogde plek niet te zien omdat daar al een frietkar stond.

Verder staat er een een frietkar en er wordt afgesloten een kampvuur, muziek en een cadeautje voor thuis.

In Vlijmen is dit weekend een volledige frietkar gestolen.

Om 18 uur kwam de frietkar en werd het vlees geserveerd.

Voor de kinderen is er een springkussen en zijn er allerlei spelletjes, ook is er een frietkar aanwezig.

In 1953 schafte opa een frietkar aan.

Een Renault Goelette uit 1958, die ooit dienst deed als meubelwagen, bouwde hij om tot frietkar.

En dat is helemaal niet erg, want met hamburgers van de Burgermeester (3 munten), een Vlaamse frietkar (1,5 munt voor een goed volle zak), rijkelijk belegde Surinaamse broodjes (2,5 munt) en andere fijne maaltijden heb je weinig meer nodig.

Zet bijvoorbeeld een haring-, hotdog-, popcorn- of frietkar neer.