Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Fruitschaal.

Fruitschaal

Fruitschaal betekenis

meestal ronde bak om vruchten in te serveren of te bewaren

Voorbeeldzinnen (20)

Als in mijn fruitschaal een appel rot is, dan leg ik die appel na inspectie ook niet terug in de fruitschaal.

De fruitschaal van David Bowie staat vanaf vandaag in GroningenDe fruitschaal, de Courtoise Manière van kunstenaar Nathalie du Pasquier, is vanaf vandaag te zien in het Groninger Museum.

De appels op de fruitschaal lagen er al zo lang, dat ze helemaal zacht en gerimpeld begonnen te worden.

Ik ben de mooiste ballerina in de hele fruitschaal!

Als je een banaan lang genoeg laat liggen in je fruitschaal, zal die niet alleen rotte plekjes krijgen, maar ook steeds meer alcohol bevatten.

De diertjes zijn vaak niet weg te slaan bij de vuilnisbak of rond de fruitschaal.

De rest legt ze goed zichtbaar in de fruitschaal.

De twee die ze op de fruitschaal zou leggen, waren een uur later ook al op.

Heb je door de hitte bijvoorbeeld wat overrijpe bananen in de fruitschaal liggen?

Heb je een fruitschaal met bijvoorbeeld een rijpe banaan?

Helemaal vanuit Chili of Nieuw-Zeeland belanden ze op een Nederlandse fruitschaal, terwijl andere appels nooit verder dan de boomgaard komen.

Of een appel van de fruitschaal pakken waardoor je uit huis gejaagd wordt wegen een zware overtreding jegens god de almachtige?

Bananen bij de rest van je fruitschaal.

De bruine fruitschaal met zalf staat klaar, het bier zit in de glazen, de ribs zijn gelakt, de borsten (zonder aardbeienlak) pront vooruit, kortom,.

Heel goed, maar hou dan wel minimaal 1 meter afstand aan tussen plant en fruitschaal.

Of liever iets van de fruitschaal?

PSV heeft de Johan Fruitschaal alvast binnen.

Waar komt dan dat allereerste fruitvliegje in de fruitschaal vandaan?

Als ik een gekwetste appel in mijn fruitschaal heb, gooi ik hem weg.

Een banaan die binnen no time bruin kleurt op de fruitschaal, een avocado die maar niet rijp wil worden of een kiwi die keihard is, met fruit komt het nauw: het moet zacht en zoet zijn.