Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Frummelen.

Frummelen

Frummelen | Frummel | Frummelde | Frummelend

Frummelen betekenis

met je vingers ergens aanzitten zonder er iets nuttigs mee te doen | veel kleine, nutteloze vingerbewegingen maken | op een slordige manier iets met de vingers maken

Voorbeeldzinnen (11)

Pas als je in een plankhouding ligt kun je je workout starten, zonder op het scherm te hoeven frummelen.

Zo kun je het stemgeluid van vrienden harder maken zonder te frummelen met de game-instellingen.

Alsof ouders niet aan hun kinderen frummelen.

De beste remedie tegen sterfte is zoveel mogelijk aan mekaar frummelen achter het fietsenhok.

Voorovergebogen frummelen ze shag en wiet in een vloeitje.

De jongens frummelen aan hun gloednieuwe pakken, wisselen blikken uit.

Je moet niet gaan frummelen.

Stel dit dus niet in als je gewend bent om met je toestel in je broekzak te ‘frummelen’.

Vrolijk en lachend spelen ze met het jochie en frummelen steeds gierend van de (voor)pret aan zn koppie.

Dat scheelt weer een outfit en “checking the goods” gaat dan vanzelf tenzij je panisch met die handdoek aan het frummelen bent.

Kleine kindjes frummelen in het laboratorium aan hun veiligheidsbril.