Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Galton.

Galton

Galton | Galtons

Voorbeeldzinnen (20)

Galton was uitvinder van de Quincunx, die ook het Bord van Galton genoemd wordt.

En daar stond het weer: Francis Galton.

Ronduit racistische wetenschappers als Francis Galton kwamen in de 19de eeuw met indelingen op basis van vermeende intelligentie.

Al in 1975 moest Galton de diagnose herzien: het aantal maxillaire tanden bleek tien of elf te zijn, afhankelijk van het individu.

Bij specimen NHM R 196a is vermoedelijk de achtendertigste staartwervel aanwezig en die is niet bijzonder verkort, Galton schatte in 1974 dat er nog tien wervels achter lagen wat het totaal op achtenveertig zou brengen.

Daarom vervingen Peter Malcolm Galton en Kenneth Carpenter de naam in 2016 door Alcovasaurus.

Deze laatste methode heet de galton-crovitztechniek.

Dit zou betekenen dat onder de definitie van Galton & Upchurch alle Sauropoda melanosauriden zijn.

Een inspectie van het materiaal door Peter Malcom Galton uit 1976 trof een hoofdblok aan met daarin de drie achterste ruggenwervels, het bekken, het heiligbeen, de linkerachterpoot en de rechtervoet.

Galton benoemde daarom in 2009 een nieuw geslacht: Elrhazosaurus, waarvan de naam naar de Elrhazformatie verwijst.

Galton daarentegen vermoedde dat die op de heup stond.

Galton had al eerder gesuggereerd dat individuen met een extra sacrale rib, ook aan de eerste sacrale wervel naast die van wervel twee tot en met vijf, vrouwtjes zouden zijn: hun bekken zou speciaal versterkt zijn voor de eierleg.

Galton meende echter in 1976 dat het niet van Anchisaurus polyzelus te onderscheiden viel.

Galton nam aan dat de tandrij iets langer was dan de vondsten direct toonden en nam een totaal van ongeveer zestig.

Galton rekende de massief gebouwde laatste ruggenwervel en voorste staartwervel tot de sacrale wervels, omdat ze met hun ribben aan het darmbeen van het bekken verbonden zijn.

Galton wees erop dat volgens de in 1971 nieuwste inzichten de romp van tweevoetige dinosauriƫrs horizontaal gehouden werd.

In 1904 richtte Galton het 'Eugenics Record Office' (ERO) op; het werd gevestigd in een woonhuis op 88 Gower Street in Londen.

In 1980 oordeelde Peter Galton dat C. medius, C. nanus en C. browni alle als groeistadia van C. dispar moesten worden beschouwd, iets wat Gilmore zelf al in 1925 gesuggereerd had.

In 1985 gaf Galton echter aan dat hij Efraasia niet langer als een apart taxon beschouwde maar het te zien als een jonger synoniem van Sellosaurus gracilis.

In 1987 werd de soortnaam door Hans-Dieter Sues en Peter Malcolm Galton geƫmendeerd tot Stegoceras validum.