Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ganschen.
Voorbeeldzinnen (8)
Dat hij dien ganschen dagh aen niemand niet sal schencken.
De beroemdste zijner afstammelingen zijn echter die, welke uit Argolis afkomstig waren en aanspraak maakten op de erfenis, hun door Zeus toegezegd, dat zij eens heeren en meesters zouden worden over den ganschen Peloponnesos.
Den ganschen dag in de tuin.
En dezen, mannen geworden, waren, zegt men, hoewel broeders, den ganschen tijd van hun leven in vijandschap met elkander, en hun nakomelingen gaan steeds zoo door.
Er bestaat feitelijk bij de oermenschen een ganschen cyclus van instellingen die volkomen verklaarbaar worden, indien men de denkbeelden van Bachofen en Morgan aanneemt, en anders geheel en al onbegrijpelijk blijven.
Mijn lieveling was den ganschen dag regt vlug en vroolijk en zeer gelukkig met zijn kleine geschenkjes.
Tietje Mosterman en Trijntje van der Meij melden dat `er behalve de teekenen der vaccinatie op den ganschen arm geen plek noch teeken van welken aard ook, het zij blaauw, groen of geel of hoe ook genaamd te zien was'.
Zoo duurde het den ganschen dag.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl