Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gebeier.

Gebeier

Gebeier | Gebeiden | Gebeierd

Gebeier betekenis

het aanhoudend luiden van (kerk)klokken; aanhoudend klokkenspel

Voorbeeldzinnen (18)

Er is een wezenlijk verschil tussen het gebeier van een of meer klokken of het menselijk gejammer & gejank dat klinkt door een traditioneel slecht afgestelde luidspreker-installatie.

Geen extra gebeier dus en geen extra overlast.

Dat begint op zondag om 9.00 uur, duurt een vol kwartier waarna de tweede dorpskerk zijn gebeier start tot halftien.

En regelmatig gebeier als gebedsoproep.

Goeie deal, hoewel dat islamitisch gejammer een stuk irritanter is en bovendien de opmars van die halvegaren moet worden gestopt vind ik dat irritante gebeier ook niet vam deze tijd.

Hoe durft u het welluidende gebeier dat al eeuwen door onze dorpen en steden klinkt en onze harten vult met trots en liefdevolle gevoelens zo te betitelen?

Om iedereen de gelegenheid te bieden mee te genieten van het dagelijkse gebeier, hebben we een opname gemaakt van het klokkengelui van de Sint-Gummaruskerk, waarvoor dank aan Jens Van Rompaey.

Terwijl de kerken leeglopen en het klokken gebeier steeds minder overlast veroorzaakt, wordt de invloedt van de islam steeds groter.

Op zich vind ik een carillion mooier, maar gebeier weer niet.

Toch klonk zondag weer het gebeier van kerkklokken in de plaats.

Bovendien wordt die discussie al lang gevoerd en zijn veel kerken bereid om op zondag hun gebeier te beperken.

Ook al probeerden de christenen het toen nog toe te staan om hun eigen gebeier veilig te stellen.

Waar Nederland discussieert over de gebedsoproep van moskeeën, leidt in Spanje het gebeier van de kerkklokken in Móstoles tot verdeeldheid.

De klanken zijn nog niet verstomd of het uurwerk van de gelijknamige rooms-katholieke kerk aan de overkant van de straat laat zijn gebeier horen.

Het werd niet begroet met gebeier van klokken en gedreun van saluutschoten, zoals bij koningskinderen.

De penningmeester werd wakker door het gebeier van de kerklokken.

Het gebeier van de Paasklokken.

Onder droef gebeier van de eeuwenoude klok verliet de lijkstoet het dorp.