Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gedag.

Gedag

Gedag betekenis

~ zeggen iemand begroeten of afscheid van iemand nemen

Voorbeeldzinnen (20)

Ze zwaaide me gedag.

Zeg je vrienden gedag.

Vanaf die dag zei hij me nooit meer gedag.

Zeg alsjeblieft gedag tegen je ouders.

Ze verliet het huis zonder gedag te zeggen.

Ik heb nooit de kans gekregen om Tom gedag te zeggen.

Het geluk klopt aan voordat het binnenstapt maar vertrekt zonder gedag te zeggen.

Tom zei glimlachend gedag.

Het jongetje zei me gedag.

Tom wilde gedag zeggen.

Ga niet weg zonder gedag te zeggen.

Ik ga gedag zeggen.

Tom zwaaide gedag.

We komen gedag zeggen.

Hij zei niet eens gedag.

Die oude man kwam langs om gedag te zeggen.

Die oude man kwam even gedag zeggen.

Tom kreeg niet de kans om Mary gedag te zeggen.

Ik wilde Tom gedag zeggen.

Ik wilde hem gedag zeggen.