Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Geestelijkheid.

Geestelijkheid

Geestelijkheid betekenis

de gezamenlijke geestelijken (persoon die, vaak door een bepaalde religieuze wijding, de bevoegdheid heeft gekregen om godsdienstonderricht te geven en/of bepaalde gewijde handelingen te verrichten en/of religieuze bestuursfuncties uit te oefenen)

Voorbeeldzinnen (20)

De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te voeren.

In de nasleep van het schandaal, denk ik dat de geestelijkheid geen interesse meer hebben om de vechttent te boycotten.

Het centrale thema: de katholieke geestelijkheid en het verbergen van Joden.

Yep, daarom vind je in de top 10 beroepen waar de meeste psychopaten werken ook de geestelijkheid.

De eerste kleinseminaries waren bedoeld om de seculiere geestelijkheid op te leiden, maar kwamen later ook beschikbaar voor congregaties en orden.

Fulco’s puntschoenen raakten in de mode, zelfs bij de geestelijkheid.

Het zou gaan om schulden met betrekking tot militaire transacties uit de tijd van shah Reza Pahlavi en dus voor de Islamitische Revolutie van 1979, waarmee de radicale sjiitische geestelijkheid aan de macht kwam.

Rosé werd zo een populaire drank, bijna heidens, en verwierf waarden in tegenstelling tot die van rode en witte wijn, die werden geassocieerd met de adel en de geestelijkheid.

Saudi's moeten het hebben van het bezit van een heleboel olie en Mekka - maar de plaatselijke geestelijkheid pruimt het Huis van Saud niet zo.

De Vlaamse grootmeester van De aanbidding van het Lam Gods imiteerde de levensstijl van zijn klanten, de adel, de hoge bourgeoisie en de geestelijkheid.

Een andere onbekende factor is of de Revolutionaire Garde – die lang geleden de geestelijkheid overschaduwde als de machtigste instelling van Iran – zich zal blijven schikken naar ouder wordende geestelijken als hun opperbevelhebbers.

De boeren kregen niet wat ze wilden en de heersende macht, de adel en geestelijkheid, behield zijn macht.

Het is ook maar een kleine minderheid, vergelijkbaar met de kasteeladel & geestelijkheid uit de middeleeuwen.

Weg van het oude verbond tussen koningshuis en geestelijkheid, weg van de ultrapuriteinse, intolerante interpretatie van de sunnitische islam.

Aartsbisschop Germonio (1607–27) speelde een belangrijke rol in de zeventiende-eeuwse hervorming van de geestelijkheid.

Bisschop Kerkhofs wendde zijn gezag aan bij de geestelijkheid van zijn bisdom om tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden van deportatie te vrijwaren.

Daar stond tegenover dat de ontwikkeling van industriële bedrijven werd gehinderd door gebrek aan kapitaal, onwil van de adel en de geestelijkheid om erin te investeren en gebrek aan een ontwikkeld bank- en kredietwezen.

Dat de kathedraal nog steeds bestaat is dus niet alleen een verdienste van de bouwer, maar ook van de geestelijkheid, die na de branden steeds weer het initiatief nam om de kathedraal te herstellen.

De adel was een van de vier huizen naast de geestelijkheid, burgerij en boeren.

De AKFM stond onder leiding van Richard Andriamanjato, die zelf ook een Merina was en lid was van de protestantse geestelijkheid.