Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Geeuwde.

Geeuwde

Geeuwde | Geeuwen | Geeuw

Voorbeeldzinnen (10)

Hij geeuwde diep.

Hij geeuwde uitbundig.

Hij geeuwde van verveling.

Zij geeuwde diep.

Ik kon het niet helpen dat ik geeuwde.

De student wierp een blik op het boek voor hij geeuwde.

"Ik heb me niet verveeld." "Ik heb dat wel anders gezien. Je geeuwde en deed alsof je afwezig was. Het viel echt op."

Geeuwde af en toe verveeld, stak zijn middelvinger op naar de rechtbank of maakte obscene gebaren.

Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe Mart Smeets geeuwde.

Het publiek geeuwde, de groep baalde.