Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gegolfde.

Gegolfde

Voorbeeldzinnen (20)

Een bibberige menigte gegolfde coupes, steunkousen, jekkers verzamelde zich.

Het zal wellicht nog maanden duren vooraleer de vernielde gegolfde ramen van het MAS vervangen kunnen worden.

Het geheel staat op een grasgrond met daarvoor drie gegolfde banen van blauw en zilver.

Bovendien had Wiwaxia twee rijen gegolfde stekels, die aan elke kant van de bovenkant van het lichaam omhoog staken en een lichte bocht naar boven hadden aan hun uiteinden.

De gegolfde driehoek stelt het bos aan de oevers van de rivier voor, waaraan Brakel zijn naam te danken heeft.

De gegolfde, met ringen versterkte, aluminium uitlaat steekt uit het midden van het vaartuig.

De grijze taludbekleding refereert aan de aarde, de witte lichtlijn aan de horizon en de gemêleerde stalen gegolfde platen vormen samen met het blauwe strijklicht een artificiële wolkenlucht.

De kever is ongeveer 2,5 millimeter groot en heeft een koperkleurige rug met witte gegolfde lijnen die donkere vlekken aan de randen accentueren.

De licht gegolfde clavus heeft twaalf vinstralen en eindigt in een aantal gekromde beentjes.

De smallere zijlobben zijn smal driehoekig tot romboïdaal, met een weinig gegolfde buitenrand.

De twaalf tanden in de bovenkaak waren dik en stomp met gegolfde randen, wat erop duidt dat het herbivoren waren.

De vacht kan variëren van een gegolfde vacht tot geringde krullen, kort en lang.

Deze gegolfde lijnen stonden symbool voor de drie wateren die de grootste Deense eilanden van elkaar scheiden.

Deze heeft een achtergrond van zilverkleurige gegolfde metalen stroken.

Gelijktijdig werd aan de noordelijke uitgang de hal verbouwd, met gegolfde plafons en façades zoals het oude stationsgebouw aan de zuidzijde.

In het register van de Hoge Raad van Adel is weer een andere afbeelding opgenomen, namelijk een met een gegolfde golvende dwarsbalk, dus de beide varianten zijn daarin gecombineerd.

In het tweede en derde deel drie zilveren, gegolfde dwarsbalken op een blauwe ondergrond.

Lancashire-ketels hebben vaak gegolfde vuurgangen die de uitzetting van het materiaal beter kunnen opvangen, waardoor de geklonken naden minder belast worden.

Ook de lip is smal ellipsvormig, zelden drielobbig, de grootste breedte op een vierde van de onderkant, ± 6 mm lang, met gegolfde randen.

Over de voorvleugel lopen twee sterk gegolfde donkergroene tot zwarte dwarslijnen.