Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Gelogen.
Voorbeeldzinnen (20)
Je hebt gelogen over de reden waarom we hier kwamen en gelogen over waarom je alleen bent gegaan.
Die kerel heeft keihard gelogen zoals hij over zoveel zaken gelogen heeft.
Realiteit: Gelogen over documenten, gelogen over overleg met de minister, achtergehouden stukkem, weggelakte onderdelen die wel degelijk van belang bleken, nog meer achter gehouden stukken, etc. etc. etc.
Taïda heeft gelogen en de minister 'houdt niet van liegen' en Ayaan heeft ook gelogen.
Ze kwamen tot de conclusie dat hij gelogen had.
Ik heb met tegenzin gelogen.
Hij bekende dat hij gelogen had.
Het is duidelijk dat ge gelogen hebt.
Hij heeft tegen mij gelogen, daarom ben ik kwaad op hem.
Ik heb gelogen tegen mijn wil in.
Hij heeft tegen mij gelogen.
Het was duidelijk dat ze gelogen hadden.
Eigenlijk heeft ze gelogen.
Nancy kon niet hebben gelogen.
Mary heeft gelogen over haar leeftijd.
Ze hebben tegen je gelogen.
Hij heeft misschien gelogen.
Richard zei dat zijn moeder ziek was, wat gelogen was.
Ik heb tegen mijn vriendin gelogen over mijn leeftijd.
Het lag voor de hand dat ze gelogen hadden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl