Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Geloofden.

Geloofden

Geloofden | Geloofd

Voorbeeldzinnen (20)

Ze geloofden alles wat ze hoorden, lazen de kranten en geloofden blindelings alles wat ze lazen.

Zeker is dat later de volgelingen die geloofden in Jezus' opstanding, (veelal) ook geloofden dat Jezus de messias was.

Ze geloofden dat de wereld plat was.

In het begin geloofden ze hem niet.

Ze geloofden me niet.

Ze geloofden Tom.

Waarom geloofden jullie me niet?

De artsen geloofden dat de frisse berglucht de beste behandeling tegen longziektes zou bieden.

Tom en Maria zeiden tegen Johannes, dat ze niet geloofden dat Elke in Boston was.

Tom en Maria zeiden dat ze het niet geloofden.

In het verleden verwijdden de Romeinse vrouwen hun pupillen met belladonna want zij geloofden dat dit hen aantrekkelijker maakte. Oogartsen gebruiken nog steeds belladonna tijdens oogonderzoeken.

We geloofden jullie.

De mensen geloofden.

In het begin geloofden ze ons niet, maar nu wel.

De dokters geloofden niet dat Tom in levensgevaar was.

Ze geloofden hen.

Waarom geloofden ze ons niet?

De oude Egyptenaren geloofden dat de zon het oog van de god Ra was.

Ze geloofden dat meren en rivieren poorten naar de andere wereld waren.

Jullie geloofden in me toen ik op mijn slechts was.